Een gesprek

18 October 2020 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Het Bijbelverhaal dat Sabine heeft voorgelezen suggereert dat er geen goede bedoelingen in het spel zijn. Wat is er aan de hand? Er komen mensen bij Jezus die hem iets voorleggen. Ze komen met een vraag. Maar het evangelie noemt het een strikvraag. Eigenlijk willen ze Jezus pootje lichten. Zodat hij zal struikelen. Het klinkt al met al weinig sympathiek.  
En toch maken we mee dat er zich een gesprek ontwikkelt. Met bovendien een verrassende uitkomst. Het evangelie van Matteüs, nu we het er toch over hebben, geeft telkens allerlei gesprekken weer. Gesprekken tussen Jezus en de mensen die hij onderweg tegenkomt. Als je erop gaat letten blijkt het hele evangelie voornamelijk te bestaan uit gesprekken. Alsof Jezus in het evangelie aan ons zegt: ‘Vergis je niet, ik verkondig geen leer, ik ben met jullie in gesprek.’ Het evangelie is het verhaal over een gesprek met iemand die zijn gesprekspartners serieus neemt. Iemand die naar jouw vraag luistert. Iemand die antwoord geeft. Iemand die vragen stelt. Aan jou. Het evangelie is het verhaal over iemand die een gesprek met je heeft en het beste in jou naar boven wil halen.

Of het toegestaan is om aan de keizer belasting te betalen? Dat is de vraag. Een lastige. Want de keizer is de Romeinse keizer, die met zijn leger en met zijn economie het land Israël bezet houdt. ‘Laat me eens zo’n muntje zien, waarmee je die belasting kunt betalen,’ zegt Jezus. ‘Eens kijken, wie staat er op deze munt?’ Het was niet lang wachten op het antwoord. Het was een onvermijdelijk antwoord: het betaalmiddel heeft als opdruk de kop van de Romeinse keizer. Jezus zegt: ‘Geef maar aan Caesar wat van Caesar is.’ In al zijn simpelheid en helderheid, was het een lucide antwoord. Was het een strikvraag geweest?

‘En geef aan God wat van God is.’ Hé, wat is dat? Jezus had nog iets gezegd! Was het een toevoeging? Het was een ongevraagde aanvulling. Stomverbaasd waren ze, de mensen die volgens het evangelie met een strikvraag naar Jezus waren gekomen.   

Kijk, waarschijnlijk ken je dat wel. Dat maak je weleens mee in een gesprek, dat je denkt dat je uitgepraat bent, maar dat je dat helemaal verkeerd hebt begrepen. Dat die ander nog echt iets had willen zeggen. Of dat jij nog niet uitgepraat bent, terwijl die ander denkt dat het klaar is. Bij een gesprek zijn er namelijk minstens twee. ‘Geef aan God wat God toebehoort.’ Bij een gesprek, dat leer je al heel vroeg in je leven, hoort ook dat je tegengesproken wordt. Je bent met iemand anders in gesprek. Je bent, dat is iets wat je al heel jong leert, niet de enige die in dit leven rondwandelt. Er is iemand die kennelijk anders is dan jij. Dat kunnen leren is van levensbelang voor je verdere leven. Want door tegengesproken te worden, word je serieus genomen. Je leert wat gelijkwaardigheid is. Je leert ook zelf om tegen te spreken. Je leert omgaan met tegengesproken te worden. Al kan dat in eerste instantie pijn doen, geleidelijk aan voelt het beter, voelt het goed omdat je er vrijer van wordt, zelfstandiger, juist door die tegenspraak. Doordat je zelf kunt tegenspreken en dat je dus ook zelf tegengesproken wordt. Een onverwacht uitvloeisel van die levenslange tegenspraak is dat je bevestiging vindt. De bevestiging dat jij iemand bent, die serieus genomen wordt. Omdat het uitmaakt wat jij doet. Uitmaakt wat jij zegt. Zo’n bevestiging heb je nodig, als mens. Dat is heel belangrijk. Het helpt zelfs tegen eenzaamheid. Als iemand je tegenspreekt. Ook al kan dat pijn doen. Het is de pijn die bevestigt dat je bestaat. Dat het uitmaakt dat je er bent. Wie je bent.  

Dat maken we in deze tijd op een niet eerder voorstelbare wijze mee. Die tegenspraak. Als je je gasten wil ontvangen en iets goeds wilt voorschotelen in je restaurant. Maar je opnieuw de deuren moet sluiten. Dat kan onrechtvaardig voelen. Er valt veel meer over te zeggen, maar daarover wordt genoeg op andere podia gesproken.

‘En geef aan God wat van God is.’ Zegt Jezus. Het gaat bij dit geven niet om belasting. Niet om iets wat verplicht is. Het gaat niet om een betaalmiddel waarop iemand zijn beeltenis al heeft laten afdrukken.   Heb je door dat het hier om een open vraag gaat? Wat zou jij willen geven. Van wat je hebt, van wie je bent? En in alle vrijheid. Van jezelf? Aan het algemeen belang? Aan iemand die jou nodig heeft?
Jezus verkondigt geen leer, het is geen doctrine. Hij is in gesprek. Met jou. En vraagt: ‘Wat zou jij willen bijdragen? Wat wil jij geven?’