Woorden bewaren

25 December 2021 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Elke keer opnieuw moeten we in de wereld onze weg zoeken. Telkens weer, opnieuw, omdat het toch altijd weer anders lijkt, of anders is. Terwijl we daar in deze tijd ook weer druk mee bezig zijn, met onze weg te zoeken, komen we juist, kijk nou! Maria en Jozef tegen. Zij zijn op weg. Ze reizen van Nazaret naar Betlehem. Daar in die plaats zal het kind dat Maria bij zich draagt geboren worden. Er zijn betere omstandigheden denkbaar. Want er is daar nergens plaats, het gastenverblijf zit al vol, helemaal vol. ‘Hoe moet dat nou, Jozef!’

Maar hoe dat ook moet: een begin, een begin dat op het punt staat om aan te breken, dat hou je niet tegen. Wat op het punt staat om geboren te worden, dat komt ter wereld. En zo gebeurt het. Terwijl ze in Betlehem zijn is het zover. De dag van de bevalling breekt aan. Hoe risicovol is de geboorte in die omstandigheden? Maria brengt haar eerste kind ter wereld. Een jongentje is het. Ze wikkelt hem in doeken. ‘Wat denk je, Jozef, zal ik ‘m daar maar neerleggen, in de voederbak?’ En zo wordt Jezus, nog maar net op de wereld door zijn moeder – vindingrijk – dan maar in een voederbak gelegd. Zo’n ding dat normaal voor voer voor dieren gebruikt wordt. Deze vindingrijkheid van Maria raakt in onze tijd een snaar. Want dat kunnen we tegenwoordig heel goed gebruiken. Kijk, daar ligt Jezus. In een kribbe.

Het is het kerstverhaal uit het evangelie van Lucas, maar we stuiten hier op een oud motief uit de Bijbel. Je vindt het ook al terug in het eerste testament. Het is het motief, het is het thema dat zegt: het is moeilijk en je denkt: komt het wel goed? Hoe moet het eigenlijk? In die situatie moet je op letten. Want die situatie is precies het begin, de kiem van iets dat al aan het ontstaan is, in dit geval van iemand die op komst is. Het is het begin ervan, en een bij uitstek vreugdevolle gebeurtenis. Juist omdat je het misschien niet allemaal kunt plaatsen. Dat motief is het. Je denkt: dat komt niet goed. Daar begint het mee, met die situatie, met je eigen onzekerheid hoe het ooit goedkomt. Dat is het begin. Daar wordt ‘t  geboren. Geboren worden, dat is het meest kenmerkende, het aller-essentieelste van ons bestaan, ons menselijk bestaan. Geboren worden, de mogelijkheid om opnieuw te beginnen. Een mogelijkheid die er, zolang je leeft, altijd is.

En dan blijkt dat je niet alleen bent. Van ergens anders vandaan zijn er machten en krachten waardoor je misschien ongemerkt gesteund wordt. In het verhaal uit de Bijbel worden deze goede krachten engelen genoemd. Het zijn de goede machten, die ondersteunen en helpen, die de goede wil ondersteunen die jij hebt, al beschik je misschien maar over een beetje goede wil. De goede krachten die je in jezelf kunt aanboren, worden geholpen door deze goede machten. Meestal ervaar je dat niet zo, dan kan het lijken alsof je er alleen voor staat, misschien heel soms, ervaar je dat wel op van die bijzondere momenten in je leven, maar die goede krachten in jou en die goede machten buiten jou, die hangen samen. De goede krachten in jou en buiten jou, beter gezegd,  vormen in feite een geheel. Dit is – let op, disclaimer – een religieus inzicht. Dat is iets wat je in je eigen dagelijks leven misschien vaak kwijt kunt zijn. Dit verhaal van Maria, Jozef en Jezus is bedoeld om ons te helpen bij het ervaren van zo’n eenheid. Eenheid die die zich verbergt onder onze veelheid en onze afgescheidenheid.
 
En dan blijken er ook aan de buitenkant mensen te zijn die meeleven. In het verhaal uit de Bijbel zijn dat herders. Ze passen op hun schapen verder weg, in het buitengebied. Het zijn de mensen die buiten zijn. Deze herders besluiten om Betlehem in te gaan, nadat ze van engelen – ja, daar heb je ze weer! – van engelen hadden gehoord dat in die stad hun redder was geboren.  

Dit buiten speelt een belangrijke rol in deze geschiedenis. Want als het nieuws van de geboorte zelfs degenen die buiten zijn bereikt… De herders, ‘zij die buiten zijn’ verwijst ook, naar mijn eigen ik, in zoverre ik ook buiten sta. Buiten de eenheid, die hier getoond wordt, in deze geboorte, in dit begin. De herders van buiten vonden Maria en Jozef en in een voederbak lag het kind. Zo had de engel het de herders duidelijk gemaakt: jullie kunnen jullie redding herkennen aan het kind dat in doeken gewikkeld in een voederbak ligt. Weet je het nog? Vindingrijk had Maria hem daarin gelegd. Aan haar vertelden de herders wat daar buiten aan hen zojuist was duidelijk gemaakt. Verbazing alom, dat kun je je misschien wel voorstellen. Alleen bij Maria ging het er anders aan toe. Zij bewaarde alle woorden in haar hart. In haar hart.

Zo eindigt, althans voorlopig, dit verhaal. Een verhaal van het hart. Waarmee duidelijk wordt dat dit verhaal iets laat zien van wat meestal verborgen blijft. Iets waarmee het hart het verstand probeert te verrassen. Zoals Maria alle woorden in haar hart bewaart.
Wat heb jij daar bewaard, in je hart? Wat is daar bij jou, ingepakt en bewaard? Bewaard voor het moment waarop het zichtbaar kan worden? Bewaard voor dat moment waarop het geboren kan worden?