De omweg

8 August 2021 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Hij is zoek. Jezus, bedoel ik. Zelfs de overschrijvers van het evangelieverhaal, u weet wel – de boekdrukkunst werd pas veel later uitgevonden – dus in de tijd van het nieuwe testament en daarna werd de verspreiding van de Bijbelse geschriften door kopiisten gedaan, mensen die met de hand de tekst overschreven, kopieerden, vandaar de naam kopiisten, zelfs de overschrijvers van  het evangelieverhaal kunnen Jezus niet meer vinden. Hij is verdwenen in de tekst, in de Bijbeltekst. Nu is het zo, het ging immers om de geschiedenis van Jezus, het overschrijven van de documenten werd met de grootste zorgvuldigheid aangepakt. Maar hoe zorgvuldig ook, u begrijpt wel, daar kan natuurlijk weleens een overschrijffout in sluipen. En er werd ook weleens wat met opzet veranderd door iemand die terwijl hij met het overschrijven bezig was dacht: ‘ja, maar dit kan toch niet kloppen, dat kan eigenlijk beter zo,’ en dan kwam er dus een alternatieve lezing, die de overschrijver beter vond of duidelijker. Er zijn dus allerlei handschriften bekend en delen van handschriften van het nieuwe testament. Op basis van al deze handschriften is de Bijbeltekst is samengesteld. De Nederlander Erasmus bijvoorbeeld heeft daar in de tijd van Luther een belangrijk aandeel in gehad om een zo goed mogelijke tekst samen te stellen.
Als je een Grieks nieuwe testament voor je neemt, dan zie je daarop de bladspiegel met daarop in dit geval de tekst van het evangelie van Johannes. Maar dat is niet het enige wat je ziet, want aan de onderkant van de bladzijde zie het zogeheten kritisch apparaat, de voetnoten zeg maar. Dat is het gedeelte van de pagina waarin alternatieven van de tekst worden aangegeven, die in bepaalde handschriften voorkomen. Alternatieven die weliswaar het overwegen waard zijn, maar waarvan men gemeend heeft dat die uiteindelijk toch niet in de tekst horen. Dat is in dit geval ook zo met dit verhaal. Er zijn veel varianten.
Het zit zo. Er is maar één boot. Het is eigenlijk ook maar een bootje. Men had gezien, schrijft Johannes, dat Jezus niet samen met zijn leerlingen de boot is ingegaan, zijn leerlingen, dachten ze, waren alleen gegaan. Ze hadden dus gezien dat er maar een boot was en dat Jezus niet in die boot gegaan was. Waardoor ze dachten dat Jezus daar nog steeds moest zijn. Alleen konden ze hem nergens vinden. Ze zijn hem kwijt. Hij was daar kennelijk toch niet meer. Zelfs in de tekst is Jezus zoek.
We kunnen dat op waarde schatten: het evangelieverhaal houdt dus rekening met ons, met mensen die in hun leven Jezus kwijt kunnen zijn. Die hem zoeken. Maar hem niet kunnen vinden. Waarom niet? Omdat hij daar misschien niet is. Je dacht zeker te weten dat hij niet in het bootje was gegaan. En toch is hij hier nergens meer te vinden. We zullen ergens anders naar Jezus moeten zoeken, willen wij hem vinden.

Kijk, en nu leggen er allemaal boten aan die uit Tiberias aan zijn komen varen. De hele menigte klimt in die bootjes vaart naar Kafernaüm om Jezus daar te zoeken. En daar, dus via een omweg, daar wordt inderdaad Jezus gevonden.

U denkt misschien: waar gaat dit over? Nou ja, als de mensen Jezus daar ontmoeten vragen ze hem: ‘Rabbi, wanneer bent u hier gekomen?’ Dus door deze vraag ik heb echt het idee dat ik me niet vergis: dit verhaal uit de Bijbel gaat over Jezus zoeken, hem niet vinden en hem op een andere plaats wel tegenkomen.

Martin Buber vertelt in het boek ‘De weg van de mens’ – iemand stuurde met dat boek toe – het verhaal van rabbi Eisik, de zoon van rabbi Jekel uit Krakau. Rabbi Eisik was na jaren van rampspoed in een droom bevolen naar Praag te gaan, om daar onder de brug die naar het koninklijk paleis voert, naar een schat te zoeken. Toen de droom voor de derde keer was terug gekeerd in de nacht bij rabbi Eisik, besloot hij om dan maar naar Praag te gaan. Maar daar bij de brug bleken dag en nacht wachtposten te staan. Dus hij durfde er niet naar een schat te graven. Toch kwam hij elke morgen naar de brug en zwierf daar rond tot in de avond. Eindelijk vroeg de hoofdman aan de wacht, die het gedrag van de hem onbekende man was opgevallen, hem vriendelijk of hij hier iets zocht of op iemand wachtte. Rabbi Eisik vertelde hem hierop welke droom hem uit het verre Polen helemaal hierheen had gebracht. De hoofdman moest lachen toen hij de droom had gehoord. Hij zei: ‘Dus zo ben jij, arme man, met lompen aan je voeten, dus vanwege een droom helemaal hierheen getrokken. Ja, wie vertrouwt er nu ook op dromen! Dan had ik zeker ook op pad moeten gaan, toen mij eens inde droom bevolen was om naar Krakau te reizen, en in de woning van een jood, Eisik, zoon van Jekel moest hij heten, onder de haard naar een schat te zoeken. Ik zie mijzelf al daarginds, waar de ene helft van de mensen Eisik en de andere helft Jekel heet, alle huizen langsgaan en graven.’ En weer lachte hij. Rabbi Eisik boog, keerde naar huis terug, groef de schat op en bouwde een bedehuis, de synagoge die de Rabbi Eisik – Rabbi Jekslzoonsjoel heet. 

Begrijpt u het? Soms heb je nu eenmaal een omweg nodig om te vinden wat eigenlijk al onder handbereik is. Maar die omweg heb je gewoonweg nodig. Waardeer dus de weg die je bent gegaan of die je moet gaan. Volgens degene die dit verhaal vertelt wil dit zeggen dat er iets is wat je nergens ter wereld lijkt te kunnen vinden, maar dat er toch een plaats is waar je het vinden kunt. De plaats waar dat is, is de plaats waar je staat. Deze plaats is de kleding, of het omhulsel waarin de rechtstreekse weg naar Jezus zich verborgen houdt. Je hoeft, kunnen we ook zeggen, niet te doen wat altijd al is gedaan. Je kunt beter doen wat nog gedaan moet worden. 
 

‘Wanneer bent u hier gekomen?’ vragen de mensen aan Jezus als ze hem eindelijk aan de overkant ontmoeten, op de plaats waarvan ze eerst dachten dat hij daar niet was. Jezus reageert op een bijzondere manier op deze vraag. Hij zegt: ‘Jullie zoeken mij alleen omdat jullie brood hebben gekregen en verzadigd zijn. Maar je moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, je kunt beter je best doen voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft.’  

In deze reactie van Jezus ontdekken we ten slotte voor vandaag de werkelijke spits van het verhaal uit het evangelie van Johannes. Jezus blijkt onlosmakelijk verbonden te zijn met wát je bij hem zoekt. Wat zoek je bij Jezus? Waar ben je op uit? Fiducie hebben in Jezus, God vertróuwen en de weg, die je gaat, waarderen, de omweg die je hebt afgelegd of gaat afleggen vertrouwen, dat geheel is de taak die we hebben.
Jij bent immers de enige ter wereld in jouw hoedanigheid. Waartoe jij geroepen bent wordt niet duidelijk als je een ander nadoet. Je bent niet voor niks zo geschapen. Je hebt niet voor niks deze weg afgelegd om hier te komen. Op de plaats waar je nu staat.  

Johannes 6, 22 – 29 en 1 Koningen 17, 8 - 16