Huis van de arme

6 December 2020 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Er was een tijd waarin je in zowat iedere krant wel een factcheckrubriek had. Op televisie zag je ‘m ook wel voorbijkomen. Het werkte zo: als iemand ergens iets had beweerd, meestal was diegene, vooral in verkiezingstijd, een politicus, dan werd in de factcheckrubriek achteraf nageplozen of die uitspraak waargemaakt kon worden. Of de bewering wel in overeenstemming was met de feiten. Ja, de feiten!
Misschien ligt het aan mij, maar ik heb sterk het idee dat ik zo’n rubriek de laatste tijd veel minder vaak tegenkom. Alsof ze het opgegeven hebben. Ik denk dat het niet moeilijk is om te raden waarom dat is. Het is een open deur intrappen als ik zeg dat we in een onzekere tijd leven. We weten vanwege die onzekerheid niet goed wat waar is. Het geloof in God hadden veel mensen al geruime tijd ingewisseld voor een geloof in de wetenschap. Maar sinds de coronacrisis weet iedereen dat de wetenschap ook geen eenduidige antwoorden geeft. Dus wat nu? Deze situatie van ons waarin we terecht zijngekomen kun je gerust een geloofscrisis noemen. We zitten daar midden in. Armoedige zoekers naar waarheid, naar betrouwbaarheid zijn we. Met onze mondkapjes.

Daarom valt het op als je in het evangelie van Johannes begint te lezen. Als je begint in het eerste hoofdstuk bij vers 19. Je leest dan: ‘dit is het getuigenis van Johannes’. Het is zo’n woord waar je gemakkelijk over heen zou kunnen lezen, als je niet zou weten welk Grieks woord er in de oorspronkelijke tekst aan ten grondslag ligt. Ik kijk even in mijn Griekse nieuwe testament. Ja, kijk, daar staat het: ‘marturia’. Dat is het woord dat hier vertaald wordt met getuigenis. Een ‘marturas’ is dan een getuige. Maar ook ons woord martelaar komt daar vandaan. Dat is iemand die een prijs betaalt voor de waarheid waar hij of zij voor instaat. Het woord getuigenis in het evangelie van Johannes heeft dus een speciaal gewicht. Het getuigenis van Johannes. Dus hoe kijk je er tegenaan? Zou je Johannes het voordeel van de twijfel geven?

‘Wie bent u?’ Er zijn deskundigen vanuit Jeruzalem overgekomen naar de overkant voor de Jordaan, de plaats waar Johannes is. Die plaats heet Betanië. Huis van de arme, betekent dat.  ‘Wie bent u?’ Het antwoord van Johannes komt er zonder aarzelen uit. ‘Ik ben niet de messias.’ Het is een nogal opvallend antwoord. Johannes zegt wie hij niet is. Er wordt doorgevraagd: ‘Maar wie bent u dan? Hoe noemt u zichzelf?’ Op die vraag geeft  Johannes antwoord met de woorden uit het boek Jesaja: ‘Ik ben de stem. De stem die roept in de woestijn: maak de weg vrij voor de Eeuwige.’

‘Wie bent u?’ Je kunt je afvragen of hier nu iets onthuld wordt? Of wordt hier juist iets verhuld? Ik bedoel: wordt het met dit antwoord duidelijker of juist niet? Iemand die in eerste instantie niet zegt wie hij is, maar wie hij niet is? Iemand die zichzelf vervolgens een stem noemt. Een stem uit de woestijn. Welke duidelijkheid is dat?
Er zijn andere deskundigen uit Jeruzalem aangekomen voor onderzoek. ‘Waarom doopt u dan, als u niet de messias bent?’ ‘Ik doop met water,’ luidt het antwoord van Johannes. ‘Maar in uw midden is iemand die u niet kent, hij die na mij komt – ik ben het zelfs niet waard om de riemen van zijn sandalen los te maken.’
Heb je het door? Probeer nog eens scherp te luisteren naar wat er beweerd wordt. In jullie midden is iemand van wie je niet weet wie het is. Iemand die je niet kent. Kan het helderder worden?   

Kijk, je kunt het zo zien: Johannes is niet iemand die alsmaar blijft doorpraten om het maar te kunnen vertellen. Johannes is niet iemand die zichzelf graag hoort en daarom maar aan het praten blijft. Johannes is iemand, die pauzeert, terwijl hij het woord heeft. Terwijl hij het woord heeft pauzeert Johannes om ook iemand anders de ruimte te geven het woord te nemen. Johannes pauzeert om iemand anders aan het woord te laten. Iemand die nog niet gesproken heeft, iemand dus die je niet kent. Dat is de armoede van Johannes. ‘Ben jij het?’ ‘Ik ben de messias niet,’ zegt Johannes. Ik ben het niet. Johannes maakt ruimte voor de Onbekende, naar wie we in deze adventstijd aan het uitkijken zijn. Iemand die voor ons nog geboren moet worden. Iemand die we niet kennen. Wat zal hij ons gaan zeggen?   

Zoals er deskundigen uit Jeruzalem naar Johannes komen om te vragen wie hij is en wat hij doet, zo reizen wij deze weken naar Kerstmis. Wij voelen ons ook deskundig, wij met onze kerstboom, ons adventskrans, met onze lichtjes, engelen en kerststallen reizen naar Kerstmis. Daar wordt geboren het kind dat we niet kennen. Daar wordt onthuld wie we nog moeten leren kennen. Of wordt het niet met Kerstmis onthuld, maar daar verborgen, zodat we begrijpen dat er in ons midden iemand is, geboren wordt die we niet kennen?

De middeleeuwse theoloog Thomas van Aquino schreef: ‘Aan het einde van ons kennen, kennen we God als ongekend.’ Daar ontmoeten we God. Dat is de plaats waar thuis zijn. Want daar zijn we in Betanië. Daar zijn we op de plaats waar de arme een huis heeft. Waar wij thuis zijn.