Een fietstochtje

2 June 2020 - Nieuws - Hervormde Gemeente Oost

een fietstochtje
Woensdagochtend 22 april was de dag die als een baksteen viel na de avond van de toespraak van Rutte. In gewonere tijden zit ik die ochtend als ‘Seumers’ in de Meslânzer kerk om bereikbaar te zijn voor wie daar behoefte aan heeft. Daar is in deze tijd geen sprake van.
Om toch wat overzicht te houden en bewoog ‘Seumers op de fiets’ richting Oosterend. Het was stil op het fietspad langs de Hoofdweg. Her en der stonden wat wegwerkvoertuigen. Verder richting oost werd het niet drukker. Nauwelijks fietsers. Ik zag het busje van Dirk Mier voorbij komen en de blauwe auto van Rients Terpstra. Wim Bakker uit Oosterend liet op het fietspad z’n mooie witte herder uit. Een moeder met haar kinderen. Een vader met z’n kind. Kinderen speelden op de speeltoestellen van vakantiepark Tjermelân. 
Ik fietste de Lijkweg in. Verderop liep ik de trap van het Kaapsduin op. Bovenop kon ik de kerktoren van Hoorn zien. Ook de Brandaris was zichtbaar. Op de Duinweg kwam ik een fietsende Betty Hek tegen.

Ik was langs de Sint Janskerk gekomen. Al zondagen achter elkaar blijft de kerkdeur dicht. Ik moest denken aan het gedicht van C.O. Jellema (1936 – 2003) over het kerkje van Fransum. Dit Groningse kerkje is in gebruik als trouwlocatie, expositieruimte en voor concerten. Het wordt niet meer gebruikt voor een kerkelijke viering. Dat is in Hoorn en Midsland wel anders! Onze kerken wachten ongeduldig tot we er weer naar binnengaan om elkaar ruimte te geven om te geloven en te hopen. Gelukkig klinken de klokken van hoop er elke woensdagavond, werd er geluid met Pasen en hing er een Paasgroet aan het hek in Midsland en in Hoorn.
Toch moet ik aan dat gedicht van de Groningse dichter Jellema denken. Jellema gaat het kerkje niet binnen. Hij blijft buiten, maar noemt de kerk een ‘stille klankkast voor buiten’. In een interview uit 1996 zegt de dichter:
“Dat kerkje centreert alles en geeft aan die geluiden ook hun eigenlijke 'klankbetekenis'. De geluiden hebben dat kerkje nodig, daarom is het een 'klankkast voor buiten'. Het versterkt het besef dat het niet allemaal betekenisloos, zomaar, zonder meer is.”

Kerkje van Fransum
Bestaat nog god, kleine sarkofaag
van het geloof, even leeg
als de dorische tempels van Paestum:
hun zuilen een schuilplaats voor andere vogels
dan goden - als ik naar hem vraag?
Kleine mummie van steen
zonder hart, tabernakel
zonder plaats voor een wijkaars, bescherm je
met jouw lichaam ons landschap
als bodem voor hemel? ik vraag maar.
Stille klankkast voor buiten, voor grutto's
in juni, het loeiende melkvee bij 't hek -
zo gesloten, een avond, ik zit in het gras
tussen jouw zerken, zo ben je het mooist:
dicht, van het uitblijvend antwoord de schrijn.

C.O. Jellema

Ook een dichte kerk heeft volgens de dichter een functie. Ook als niet naar binnen kunt, als je buiten blijft kan een kerk belangrijk zijn. We moeten in deze tijd zoveel mogelijk thuis blijven. Daardoor blijven we buiten de kerk. Er wordt hierdoor een groot beroep gedaan op ons innerlijk. Hoe houd je dat innerlijk van je fris? Een suggestie in dit verband is om nog eens aandachtig te kijken naar een kerk. Kijk eens zorgvuldig hoe de kerk gemaakt is. Welke vorm ze heeft. Welke functie getoond wordt in het uiterlijk van de kerk. Kun je zien dat ze, zoals de dichter beweert: ‘klankkast voor buiten’ is? Klankkast dus ook voor jou, terwijl je buiten moet blijven?