Gaandeweg

11 January 2026 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Wanneer de evangelist Matteüs Johannes de Doper wil beschrijven als mens, als hij ons wil laten weten wie Johannes is, wat voor iemand dat is, dan maakt Matteüs gebruik van enkele zinnen uit het boek Jesaja. Matteüs schrijft namelijk: ‘Dit was de man over wie de profeet Jesaja sprak toen die zei: ‘Een stem die roept in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.”’ Tot zover het citaat uit Jesaja. Matteüs vervolgt in zijn eigen woorden: ‘Johannes liep in een ruwe kamelenharen jas, hij had een leren riem om en hij leefde van sprinkhanen en honing.’

Wanneer je een roepende in de woestijn bent, luistert er niemand naar je, zoveel betekent die uitdrukking in ons spraakgebruik. Maar dat is dus de betekenis bij ons. Maar wanneer we ons dat proberen voor te stellen, een woestijn, een relatief verlaten gebied, en daarin iemand die z’n stem gebruikt om te roepen? Zie je het voor je? Dan hebben we het toch over iemand die met stemverheffing, zal ik maar zeggen, daar bezig is. Iemand die aan het roepen, schreeuwen is en z’n stem zo ver mogelijk wil laten dragen. Zodat ook wie maar enigszins niet al te ver weg is, ook iets van het geluid zal meekrijgen. Een hoop herrie als je in de buurt bent is het gevolg. Zo schildert Matteüs Johannes de Doper. Iemand die aan het roepen is.

Behalve dat roepen van hem heeft Johannes een dooppraktijk aan de oever van de rivier de Jordaan, waar veel mensen op afkomen. Volgens Matteüs heeft Johannes tegen de mensen die bij hem komen gezegd: ‘Ik doop jullie met water. Dat is het teken dat het jullie menens is, dat jullie je leven willen veranderen. Maar na mij zal er iemand komen die machtiger is dan ik. Ik ben het niet eens waard om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met het vuur. Vuur van de heilige Geest.’
Toen Johannes degene die hij hiermee beschreef, dacht te zien aankomen begon hij te begrijpen dat diegene zich óók wilde laten dopen, toen wilde Johannes hem daarvan afhouden. ‘Waarom bent u bij mij gekomen? Ik zou toch juist door u gedoopt moeten worden?’ Jezus heeft daar toen op geantwoord: ‘Toch moet je dat doen. Want zo moeten we de gerechtigheid geheel en al vervullen.’ Toen heeft Johannes toch gedaan wat Jezus hem vroeg. Jezus werd gedoopt.  

Gerechtigheid geheel en al vervullen? Misschien dat we niet meteen begrijpen wat daarmee bedoeld kan zijn. Daarvoor zullen verder moeten lezen in het evangelie. Dit verhaal waar we nu zijn vinden we in hoofdstuk 3, maar in hoofdstuk 5, ietsje verder maar, staat het gedeelte dat de Bergrede is gaan heten. En daarin zegt Jezus: ‘Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen, maar ze tot vervulling te brengen.’ 

Als we van dit ‘tot vervulling brengen’ iets willen begrijpen dan kunnen we denken aan de ontwikkeling die je zelf in de loop van je leven hebt meegemaakt. Wat jij aan het vervullen bent. Die echte innerlijke ontwikkeling van je. Dat je in de loop van de tijd iets hebt meegemaakt, wat invloed heeft gehad, waardoor je het anders bent gaan zien, waardoor je iets hebt moest herijken. Misschien heb je iemand ooit trouw beloofd, officieel of niet officieel, maar ben je bij nader inzien later toch vervreemd van elkaar geraakt. Of je bent op een bepaalde manier christelijk grootgebracht, maar van die manier heb je afstand genomen, terwijl je iets van dat geloof toch van betekenis wil laten zijn in je leven. Of iemand is van je heen gegaan, die je eigenlijk niet kon missen. Dat soort gebeurtenissen, maar ook andere in je leven zorgen ervoor dat je een nieuwe betekenis moet zien te vinden voor wat trouw betekent, wat geloven kan betekenen, wat leven en dood betekenen. Het kan zijn dat het leven er minder overzichtelijker van is geworden voor je, maar het heeft je ook gebracht dat je moet proberen een meer realistischer manier van in het leven staan te vinden, meer in overeenstemming met wie je bent, wie je bent geworden en in overeenstemming met wat voor jou leven is, het leven dat jij leidt. Maar met dus ook met de waarden, de idealen die belangrijk voor je zijn, ook al moet je soms opnieuw zoeken naar hun betekenis. Dat is ‘tot vervulling brengen.’ 

Jezus, zo vertellen de evangeliën, heeft in zijn leven ook zo’n soort proces meegemaakt. Ik licht er twee gebeurtenissen uit. Er bestaat een verhaal waarin Jezus als twaalfjarige laat blijken liever in de tempel te zijn, dan met zijn ouders terug mee naar huis te gaan. Als zijn ouders hem kwijt zijn keren ze terug naar Jeruzalem. Na drie dagen zoeken vonden ze hun zoon in de tempel. ‘Kind, wat heb je ons aangedaan!’ zeggen ze. Waarop Jezus zegt: Waarom hebben jullie naar me gezocht? Wisten jullie dan niet dat ik in het huis van mijn vader moest zijn? Zijn ouders begrepen echter niet wat hij tegen hen zei. Later, als Jezus inmiddels volwassen is en onderweg naar Jeruzalem is er ook van alles aan de hand, wat het meest scherp naar voren komt als in Jeruzalem naar een plek gegaan is die Getsemane heette. Jezus wordt er verdrietig van en blijkt doodsbang te zijn. Zijn gebed is op dat moment: ‘Mijn Vader, als het kan, zeg dan dat ik niet hoef te lijden.’ Maar Jezus voegt er ook aan toe: ‘Maar doe alleen wat u wilt, niet wat ik wil.’ 
De gerechtigheid geheel en al vervullen, wat dat betekent, blijkt kennelijk pas gaandeweg in je leven. En Jezus heeft alles in dat leven met ons gedeeld. 

Toen Jezus na de doop weer uit het water kwam, ging de hemel open, laat het evangelie weten. Jezus zag een duif naar hem toevliegen en herkende in die beweging de komst naar hem toe van de Geest van God. Er klonk een stem uit de hemel. ‘Dit is mijn geliefde zoon. Mijn liefde voor hem is groot.’ Voor mijn zoon.

Later zal Jezus in de Bergrede zeggen: ‘Gezegend zijn de vredestichters, want zijn zullen kinderen van God genoemd worden.’ In onze tijd kunnen we heel goed begrijpen dat het niet alleen Jezus is, die bij zijn doop wordt begroet als zoon van God, die geliefd is. Ook zij, de vredestichters, worden kinderen van God genoemd de Bijbel genoemd. Zulke kinderen hebben we nodig. 

Jesaja heeft het over de dienaar op wie iedereen zijn hoop gevestigd heeft, de knecht van de Eeuwige. Deze dienaar wordt door God gesteund bij zijn taak om alle volken het recht te doen kennen. Als Jesaja het hierover heeft, dan schrijft hij dit op: ‘Het is niet iemand die schreeuwt, hij verheft zijn stem niet, hij gaat niet roepend de straat op. Het geknakte riet zal hij niet afbreken, de kwijnende vlam niet doven.’ Dat wil zeggen: arme mensen zal hij niet nog armer maken, mensen die weinig of geen kracht bezitten zal niet kapotmaken. 

Maak recht de weg van de Eeuwige – deze boodschap van Johannes, Maak de weg klaar voor de Eeuwige – betekent in onze tijd dat wij waar wij zijn, waar wij leven liefst op zoek gaan naar mogelijkheden om daarmee bezig te zijn. In uw eigen leven, bedoel ik. 
Dus zeg ik tegen u en mij in overdrachtelijke zin: probeer het pad sneeuwvrij te maken, zodat het begaanbaar is, voor jezelf en ook voor anderen. 

Jesaja 42, 1 – 12 en Matteüs 3, 13 - 17