Die hele Schriftlezing over de blinde man die door Jezus gelopen wordt om te kunnen zien, deze hele lezing is ultra kort. Zo voorbij. De lezing draagt het karakter van een samengeperste beknoptheid. Het bestaat namelijk uit slechts vier verzen, als u dat wat zegt, tenminste.
Maar dit verhaal wordt niet alleen in weinig woorden verteld, het is om nog een andere reden bijzonder. Het is het enige verhaal waarin Jezus iemand niet in één keer geneest. Want als Jezus wat spuug op de ogen van de man doet en hem aanraakt, en zijn handen op hem legt om vervolgens aan hem te vragen of hij iets ziet, dan zegt de man: ‘Ik zie mensen, maar het lijken bomen die rondlopen.’ Anders gezegd: hij ziet wel iets, maar hij ziet het nog niet goed. Zo wordt duidelijk dat het hier gaat, niet alleen over zien, maar eerder nog over zoiets als: tot inzicht komen. Dat is weliswaar iets wat natuurlijk met een schok, een plotselinge helderheid gepaard kan gaan, maar meestal is het iets wat geleidelijk je steeds duidelijker wordt. Tot inzicht komen is iets steeds duidelijker gaan zien. Iets wat je eerder nog niet zo zag.
Nog eens daarom legt Jezus zijn handen op de ogen van de blinde. Marcus schrijft, nadat Jezus hem de tweede keer aangeraakt had: ‘Toen de man zijn ogen open deed, kon hij alles heel duidelijk zien.’
Speeksel leggen op iemands oog, iemand echt aanraken, soms kunnen we in onze tijd denken als je zo’n verhaal hoort – hoe valt dit te begrijpen? Er is toch meer voor nodig om iemand die blind is het zicht terug te geven? Maar toch, als je een beetje afstand neemt, is zo’n genezingsmethode als Jezus gebruikt, niet moeilijk te begrijpen. Integendeel zelfs, het vormt het allereenvoudigste en natuurlijkste wat er bestaat. Wat doet, bijvoorbeeld, een vader, een moeder, als haar kind ziek is of op de knie gevallen is en pijn heeft? Ze zal het op de arm nemen, ze zal zich bij zich nemen, het knuffelen, strelen, ze zal over het pijnlijke lichaamsdeel met haar mond blazen of er een beetje speeksel op doen. Ze zal haar kind lief toespreken en met al deze dingen versterkt ze het contact tussen zichzelf en haar kind. Ze maakt in alles duidelijk, met gebaren en met tekens, dat het kind veilig is en geborgen. Pijn heeft de neiging om je op een bepaalde manier eenzaam te maken, in jezelf op te sluiten. De moeder laat door haar handelwijze aan haar kind zien, dat het niet alleen is. dat er iemand is die met je meevoelt en je helpt.
Zoiets doet Jezus bij de man die niet kan zien.
We kunnen ook zeggen dat de manier waarop wij de wereld zien, waarop wij tot inzicht komen, niet alleen afhankelijk is van die wereld. Ze wordt vooral bepaald door de manier waarop de mensen om ons heen ons de wereld laten zien. Wat wij zien, anders gezegd, is niet alleen een kwestie van onze ogen, maar vooral een kwestie van ons hart. Zoals Jezus tegen zijn leerlingen had gezegd, juist voorafgaand van dit verhaal: ‘Jullie hebben oren, maar horen niet.’
Maar wat betekent het dan dat het erop lijkt dat deze man in eerste instantie geen mens meer kan zien? Want daar lijkt het op. Jezus pakt de man namelijk bij zijn hand en neemt hem mee naar buiten het dorp. En na afloop, als de man uiteindelijk weer helder ziet, hoort hij Jezus tegen zich zeggen: ‘Ga naar huis, maar ga het dorp niet in.’
Jezus brengt de man dus naar het gebied, waar hij zich niet bedreigd hoeft te voelen. Iemand die zelf in staat is ten opzichte van andere mensen voldoende veilige afstand te bewaren, is in staat om met anderen samen te leven. Het is belangrijk om je vrij te voelen bewust van anderen weg te kunnen gaan, wanneer dat nodig is. Dus Jezus brengt de blinde eerst naar een gebied waar hij zich onbedreigd kan voelen, daar waar hij zowel ruimtelijk en ook psychisch een zekere afstand kan bewaren ten opzichte van andere mensen. Zodat hij zich niet beoordeeld voelt, of gecontroleerd en aangestaard. Er wordt veiligheid geschapen. Daarom draagt Jezus de man op uiteindelijk niet via het dorp naar huis te gaan, maar regelrecht op zijn huis af te koersen.
De Brief aan de Efeziërs is echt een brief. Met een postzegel erop zullen we maar zeggen. En aan het einde van de brief geeft de schrijver zijn lezers adviezen. Gebruik wat je nodig hebt in je leven, zegt de brief en noemt dit jouw wapenrusting. Die je nodig hebt op de reis van je leven. Uit de brief wordt duidelijk hoe mensen in die tijd onder de indruk waren van de bewapening van de Romeinse legionairs. De goed bewapende Romeinse militairen die Jeruzalem en Israël bezet hielden, maakten indruk. Je moet het voor je zien, hoe zo’n militair uitgerust was. Met een imposante leren gordel om de heupen, een harnas om zijn borst te beschermen, stevige sandalen aan z’n voeten, een schild van leer, waarmee hij brandende pijlen af kan weren, een ijzeren helm op zijn hoofd en een zwaard, waarmee hij zichzelf kan verdedigen. Een uitrusting, waarmee je weerbaar bent als je aangevallen wordt. ‘Versterk jezelf,’ zegt de brief, ‘en dan heb ik het niet over zo’n wapenrusting als van een Romeinse legionair, maar je kunt het er wel mee vergelijken; deze wapenrusting van het goede, van God.
De brief aan de Efeziërs biedt een beschrijving van wat je daarbij nodig kunt hebben, bij de strijd die je te voeren hebt, die strijd met jezelf, met die dingen in je leven, waarmee je moeite hebt, waardoor je uitgedaagd wordt op lastige momenten, als het erop aankomt. Eigenlijk is het een verzameling van mooie woorden, hier aan het einde van de brief.
Waarheid als gordel, rechtvaardigheid als harnas, vrede als sandalen aan je voeten, geloof als schild, een helm als vertrouwen dat God je helpt, met de boodschap van het evangelie als zwaard.
Maar er is ook een ander beeld voorhanden, dat beschrijft wat je nodig hebt in je leven. Het nis het beeld dat Klazien heeft voorgelezen. Want ook al klopte het niet - mensen zien wandelen als bomen, ondertussen blijkt het helemaal niet zo vreemd te zijn dat de man uit Marcus mensen vergeleek met bomen. De eerste psalm doet dit namelijk ook. In het mediterrane klimaat is de bereikbaarheid van water een levensnoodzakelijkheid. De levensweg die een mens gaat wordt vergeleken met een boom, die geworteld is in de nabijheid van water. Ieder jaar opnieuw geeft de boom vruchten, en z’n bladeren blijven groen. God zelf, zegt de Psalm, omhelst de weg van wie oprecht probeert te leven. Dat zoiets met vallen en opstaan gepaard gaat hoeft hier geen betoog. Maar God zelf omhelst die weg. Zoals Jezus de blinden man. Zoals een moeder zorgt voor haar kind. Iemand dus die je helpt om met goede moed weer op weg te gaan. Met die woorden proberen we hier in de kerk elkaar te helpen.
Psalm 1, Marcus 8, 22 – 26, Efeziërs 6, 10 – 20
Aanraken, helpen
1 September 2024 - Preek - Hervormde Gemeente Oost
