De grond

16 February 2025 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Dacht u dat ook niet: oei!? Toen die schriftlezing uit Jeremia van start ging? Want we hoorden: ‘Vervloekt wie op een mens vertrouwt. Wie zijn kracht ontleent aan stervelingen.’ Het zou best kunnen dat we toen voor even dachten: maar op wie anders dan? Wie ben je zonder je medemensen? Onze kinderen geven we mee dat je er echt niet alleen voor staat, dat je natuurlijk niet met iedereen mee moet gaan, maar dar er veel andere mensen zijn, die je kunnen helpen. En in de problemen komen, dat kan toch gebeuren? Ga maar eens na uit hoeveel verhalen, volksverhalen, reisverhalen wel niet blijkt, dat als je er onderweg niet uitkomt, er altijd wel iemand, misschien er zomaar iemand is, die je wil helpen? Reizigers die in hun eentje reizen, komen zoiets ook vaak tegen. 
En toch, dat moeten we niet onder het tapijt vegen, toch kent u vast ook de verhalen van mensen die hevig teleurgesteld werden in anderen. Soms zelfs in iemand anders, waarvan je dacht dat die heel dichtbij je stond. Misschien dat u zelf ook dit soort ervaringen in uw leven kent. Het zou me niet verbazen.
En aan de andere kant, want dat hoort er dan ook bij: misschien heeft u weleens mensen teleurgesteld, zijn mensen in mij, in u teleurgesteld geraakt, omdat we niet waarmaakten, wat zij redelijkerwijs verwachtten.  
Verderop in de lezing uit het boek van de profeet Jeremia hoorden we dat de profeet schrijft, dat dit ergens mee te maken heeft: ‘Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen’ vraagt Jeremia zich af. Bij deze onverbeterlijkheid van dat menselijk hart, kun je ook denken aan, althans zo kan het ook vertaald worden - met ‘ziek’ of met ‘scheef’. Dat zijn woorden die volgens de profeet horen bij het hart van zijn tijdgenoten. Waaraan de profeet toevoegt: ‘wie zal het doorgronden?’ En ik vraag het maar weer: misschien herkent u dat wel. Dat je hart kwetsbaar is, omdat het gekwetst kan worden. Dat hart kan ook onoprecht zijn, dubbelhartig en achterbaks. Onbetrouwbaar, vertaalt onze vertaling. Dus wie kan het doorgronden? Dat is de vraag van de profeet. Een retorische vraag, want zijn antwoord luidt: Niemand kan het hart kennen, dan alleen de Eeuwige zelf.   

In de Bijbel in Gewone Taal vertalen ze het zo: ‘Niemand ziet hoe mensen van binnen zijn. Maar ik, de Heer, ken de mensen, ik weet wat ze denken. Ik weet hoe slecht ze van binnen zijn, ik zie dat ze altijd het verkeerde willen.’ 
Niet zo vreemd dat het volgens Jeremia niet goed met je afloopt als je alleen op mensen vertrouwt. Jeremia, dat moeten we niet vergeten, Jeremia heeft het niet gemakkelijk. Hij is bovendien een van de personages in de Bijbel, die daar het meest uitgesproken over is geweest. Jeremia is degene die daar van alle profeten uit de Bijbel het meest expliciet onder lijdt, dat hij niet geloofd wordt. Het brengt hem in moeilijke omstandigheden. Hij belandt erdoor bijvoorbeeld in de gevangenis. Er komt een moment dat hij zelfs moet vluchten voor zijn leven. Het zorgt ervoor dat er tijden zijn dat Jeremia zich van iedereen verlaten voelt. In die situatie moet er dus iets anders zijn, iemand anders zijn, waaraan je kracht ontleent, waarop je zou kunnen vertrouwen. 
De profeet licht dit toe met twee beelden. Kijk even of je het voor je ziet. Het beeld van een struikje in de woestijn en van een boom aan het water Als teleurgesteld bent, wanhopig, dan voel je je, schrijft Jeremia, als een dorre struik in de woestijn, die zelfs de kracht niet meer heeft om de komst van iets goeds door te hebben, zoals de komst van naderende regen. Heel anders is het als je geworteld bent in goede grond en vlakbij een waterbron. Dan kun je voelen als een boom aan het water. De wortels van die boom kunnen zo naar de rivier groeien. Zelfs in droge tijden, als de zomer heet en droog is, blijven zijn bladeren groen. En ieder jaar draagt hij vruchten, zelfs in jaren van droogte. 
Het heeft dus te maken met de grond, waarop je staat, waar je uit kunt putten. Wat heb je meegekregen in je leven, kun je ook zeggen, welke middelen heb je om teleurstellingen, om moeilijke tijden het hoofd te kunnen bieden? Voor Jeremia is het zo, dat als mensen teleurstellen, dat hij adviseert: graaf dieper, naar iets wat verder gaat, naar een bron die blijft. 

In zijn tijd, vertelt het evangelie van Lucas ons, zagen veel mensen Jezus als zo’n bron. Er komen telkens weer mensen naar Jezus luisteren. Ze komen uit de directe omgeving, maar ze komen ook uit Jeruzalem en uit de steden Tyrus en Sidon, oude Fenicische steden, die toen in Syrië lagen, maar nu ten zuiden van Beiroet in Libanon te vinden zijn. Er zijn mensen die zo aandringen, zich zo opdringen, omdat, als je hem maar even aanraakte, je onmiddellijk de kracht voelde die ervan Jezus uitging. Een goede kracht. Vat Lucas voor ons samen
Maar afgezien ervan dat mensen zich beter voelden nadat ze Jezus aangeraakt hadden of direct in zijn nabijheid waren geweest, werd het ook bekend dat je naar Jezus kon luisteren, omdat hij ook iets te zeggen had. Arme mensen schrijven we niet af, blijkt uit zijn woorden. ‘Het echte geluk,’ zegt Jezus ‘is voor mensen die arm zijn, want voor hen is Gods nieuwe wereld.’ Mensen die in beroerde omstandigheden leven laten we niet achter.  Want ‘het echte geluk’ zegt Jezus ‘is voor mensen die nu honger hebben, want zij zullen meer dan voldoende krijgen.’ Verdriet en tranen horen bij deze wereld, maar er komt een andere dag. Jezus zegt: ‘Het echte geluk is voor mensen die nu huilen, want zijn zullen lachen.’ ‘Het echte geluk is voor jullie, jullie die het nu moeilijk hebben, omdat je bij mij hoort.’ 

Voorop uw liturgieblaadje ziet u een schilderij. Je ziet er allemaal verschillende mensen, maar wat opvalt is dat we hun ogen niet kunnen zien. Ze bevinden zich in een andere wereld, lijkt het wel. Ze hebben hun ogen dicht, maar ze slapen niet. Het is eerder zo dat er volledig zijn, daar, waakzaam zijn en waarnemend. Ze luisteren. Ze luisteren naar wat tot hen spreekt, hun innerlijke stem of als je het anders wil noemen, ze luisteren naar de stem van God, die binnenin hen de woorden weegt en de woorden vertaalt naar hun eigen leven. Al luisterend houden ze de woorden tegen het licht, om te proeven wat de woorden te zeggen kunnen hebben, reiken ze naar de bron. Want het zijn deze woorden die alsmaar weer door de tijd heen telkens weer bevraagd zijn, eindeloos bestudeerd werden, troost hebben geboden, maar ook niet begrepen werden, uit frustratie weggedaan zijn tot mensen gesproken hebben als levende woorden, die volledig daar zijn, waar de lezer of de hoorder zich bevindt, vandaag bij ons.. 

Zo bereiken deze woorden ons vandaag ook weer, als de tegendraadse, bevrijdende  woorden van Jezus zelf. Zeggen we tegen elkaar: graaf dieper, als het nodig is en zoek naar de bron, die niet opdroogt.  

Lucas 6, 17 – 25 en Jeremia 17, 5 - 10