Dwaas

4 August 2025 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Er zijn gegronde redenen waarom je een grotere schuur wilt bouwen. Waarom je dat nodig vindt. Bij onze boeren hier op Terschelling heeft zoiets vaak te maken met betere leefomstandigheden voor de dieren, dan in die oude schuur, met nieuwe richtlijnen over dierenwelzijn. Een nieuw schuur hangt ook samen met kwesties die met het milieu te maken hebben. 
In het geval van de rijke man uit de gelijkenis uit het evangelie van Lucas heeft het voornemen om nieuwe schuren te bouwen te maken met de enorme oogst, de opbrengst dus van zijn landgoed. ‘Ja, wat moet ik ermee doen, die oogst moet toch ergens naar toe? De oude schuren afbreken en een grotere bouwen, dat ga ik doen,’ zegt hij tegen zichzelf. ‘Dan kan ik het wat rustiger aandoen, want ik heb genoeg om jaren van te leven. Ik ga nu lekker uitrusten, eten, drinken en feestvieren.’ 

Eigenlijk kijken wij hier helemaal niet van op. Voor ons is dit heel erg gewoon. We hebben hier toch met een ondernemer te maken? We worden pas argwanend, omdat we dit nu in een kerk horen. Als dit nu niet in de Bijbel stond, vermoed ik, dan was het voor ons is toch normaal gedrag, of vergis ik me nu? We zijn er aan gewend dat we het belangrijk vinden om goed voor jezelf te zorgen. Het is verstandig om iets te sparen voor later of te bewaren voor de toekomst, zeggen we tegen elkaar. Maar waarom, waarom dan wordt de man die nieuwe schuren laat bouwen in de gelijkenis van Jezus dwaas genoemd?

De afbeelding op de voorkant van uw liturgieblaadje laat een schilderij zien van een alternatieve lekenkerkdienst of Bijbelstudie in de 19e eeuw. We zijn hier in een ruime woning van een boerderij, de worsten hangen aan het plafond te drogen. De voorganger gebruikt een karnton als lezenaar, waarop de Bijbel opengeslagen ligt. En vanachter deze karnton legt de voorganger met opgeheven rechterhand de Bijbel uit. 
In de 19de eeuw waren veel mensen binnen de Hervormde Kerk ontevreden over de in hun ogen vrijzinnige richting van de predikanten. Zij wilden in de kerk andersoortige preken horen, preken die de opriepen tot persoonlijke bekering. Dat vonden ze niet in de kerk en daarom kwamen zij bij elkaar op zondagmiddag of ook wel eens doordeweeks, gewoon in huiskamers. De Bijbel werd hen dan uitgelegd door lekenpredikers. Daar in die huiskamers hoorde je iets anders dan in de kerk, net zoals wij vandaag in het evangelie iets anders horen, als we dat leggen tegen ons dagelijks leven waarmee we gewoonlijk altijd bezig zijn. Misschien nu even niet, want u bent nu misschien met vakantie. Maar gewoonlijk dus meestal wel en vinden we het belangrijk dat we onze zaken goed voor elkaar hebben, net zoals die rijke landeigenaar die goed voor zichzelf zorgt. Maar dan begint er toch langzamerhand iets op te vallen in de gelijkenis. Want in de hele gelijkenis komt werkelijk niemand anders voor dan die rijke man met zijn schuren. Er zullen ongetwijfeld anderen zijn, maar hier in de gelijkenis is alles wat de man doet voor zichzelf. Hij overlegt - met zichzelf. Hij maakt plannen - met zichzelf en de opbrengst van alles is - voor hemzelf. Hij verzamelt schatten, zegt het evangelie letterlijk, – voor zichzelf. Hij heeft er vreugde van, hij gaat lekker uitrusten, eten, drinken en feestvieren. Ja, vreugde, geluk heeft hij er wel van, maar over dankbaarheid hoor je niks Hij heeft er immers hard voor gewerkt. Terwijl rijkdom ook te maken heeft met onvoorspelbare omstandigheden, die daarvoor zorgen.     

Maar goed, laten we aannemen dat hij er hard voor gewerkt heeft. ‘Je had eens in mijn schoenen moeten staan,’ zou hij kunnen zeggen, ‘het is allemaal echt niet gemakkelijk geweest.’ Dus laten we aannamen dat hij er z’n best voor had gedaan. Zou hij al die inzet van hem, zou hij die in dat geval niet tenminste ook niet hebben kunnen gebruiken voor iets anders? Zou al zijn denkkracht, zijn werklust, zijn in onze ogen verstandige neiging om wat te bewaren voor later, zijn energie, zou hij dat ook kunnen inzetten voor iets wat echt belangrijk is, belangrijk in evangelische zin? Dat is de vraag van ons evangeliegedeelte. Een rijke man. Ja, oké, maar er is kennelijk nog een ander soort rijkdom. ‘Rijk bij God,’ zoals het evangelie dat hier noemt. Zou hij al zijn kwaliteiten ook kunnen inzetten voor iets wat, ja misschien opoffering vergt, maar wat uiteindelijk niet alleen maar lucht is en het najagen van wind, zoals Prediker dat noemt? Zoals Prediker laat weten, dat hij - anders dan de rijke man met z’n schuren - niet sterft, maar de tijd heeft om nog eens na te denken. Hij schrijft: ‘Maar toen ik nog eens goed keek naar al m’n grote huizen, m’n prachtige tuinen, m’n slaven, de entertainers die me komen vermaken en mijn harem vol vrouwen die mijn leven veraangenamen, toen ik opnieuw nog eens keek naar alles waarvoor ik zo hard gewerkt had, toen bedacht ik dat het allemaal onbelangrijk was. Je bereikt er niets mee. Je hebt er uiteindelijk niets aan in het leven.’ Lucht, najagen van wind.

Zou je een deel van al die kracht, en jouw inzet, ook het geld en vermogen waarmee je altijd hebt gewerkt en gezorgd voor dat waarvoor je moet werken, dat wil zeggen voor een bestaan nu en ook nog iets voor later, voor de toekomst - zou je die kracht ook kunnen gebruiken voor dat wat in de mond van Jezus als vraag klinkt: ‘Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar zichzelf verliest of schaadt?’ Deze vraag komen we in het evangelie van Lucas tegen in hoofdstuk 9. En slechts een paar regels verder maar in het evangelie, een paar regels verder van de gelijkenis van de man met zijn schuren uit hoofdstuk 12 zegt Jezus, iets wat ook hiermee te maken heeft, want daar zegt Jezus: ‘Maak voor jezelf een geldbuidel die niet verslijt, een schat in de hemel die niet opraakt, waar een dief niet bij kan en die door geen mot kan worden aangevreten.’ ‘Maak,’ dat is ook in het Grieks, de oorspronkelijke taal van het nieuwe testament, een heel actief woord. Maak, doe, handel. Maak een geldbuidel die niet verslijt, een schat in de hemel. Heel concreet betekent dit: deel uit van wat je hebt, geef aalmoezen.  

Voorafgaand aan het verhaal van de man met de schuren hoorden we Jezus een vraag om bemiddeling ten stelligste afwijzen. Bemiddeling in een geschil over de verdeling van de erfenis tussen twee familieleden. Jezus reageert afwijzend op die vraag: ‘Ben ik soms als rechter of bemiddelaar over jullie aan gesteld.’ Het belang van zo’n opmerking is in dit verband niet te onderschatten. Jezus is niet iemand die zegt: ‘Dit moet je doen’ of ‘zo moet je doen.’ Jezus is meer iemand die tegen ons zegt: ‘Heb je er zo al eens naar gekeken?’ ‘Of heb je daar al eens aan gedacht?’ En inderdaad., dat blijkt dan iets te zijn waarvan wij zeggen: ‘Ja, misschien weleens aan gedacht, maar eigenlijk nooit serieus iets mee gedaan.’ Of anders: ‘Nee, nooit aan gedacht, ik geloof dat ik blind ben geweest, ik heb dit nooit zo gezien.’ Jezus opent onze ogen voor wat we uit onszelf niet zien.  

Het Bijbelboek Prediker ziet deze ogen die opengaan als groei. Een groei door de tijd heen van ervaring en wijsheid. Iets wat gaandeweg ontkiemt en wat geleidelijk aan wortel schiet en begint te groeien. Ik draaide en draaide, schrijft Prediker, ik hield het nog eens tegen het licht, ik nam het opnieuw nog eens in ogenschouw en ik trok een andere conclusie dan voorheen. Waardoor je andere beslissingen kunt overwegen, dan je misschien tot nu toe deed. Zodat je voor iets kunt gaan wat niet verslijt en wat je niet ontnomen kunt worden. Zoals Jezus zegt: want waar je schat is, daar is je hart. (Lucas 12, 43)


Prediker 2, 1 - 11 en Lucas 12, 13 - 21