Een cirkel

15 June 2025 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Na een strandwandeling, als je bijvoorbeeld je broekspijpen weer uitrolt is het ongelofelijk hoeveel zand eruit valt. Dat er zoveel zand in een broekspijp past! En zit het niet in je broekspijpen of in je schoenen, dan kun je het zand wel tussen je tanden voelen knarsen. En juist als je thuis de stofzuiger weer opgeborgen hebt, kom je toch ergens op de vloer weer zo’n hoopje zand tegen. Als het waait kan het duinzand door de kieren van je huis tevoorschijn komen. Het waait zelfs onder de dichte deur door. Niet tegen te houden. Waar komt dat toch vandaan? Het is de wind die het zand meeneemt! De wind waait het zand in je broek, tussen je tanden en zelfs onder een dichte deur door naar binnen.                                                                                                                                                                                                    

Zo’n typisch eilander ervaring doet denken aan de uitspraak uit het evangelie van Johannes over de wind die z’n eigen gang maar gaat: ‘De wind. Die waait waarheen hij wil. Je hoort zijn geluid, maar waar hij vandaan komt, je weet het niet, ook niet waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die geboren is uit de Geest.’ 

Het is een uitspraak, die gedaan wordt als het donker, in de nacht, als iemand die niet uit de kring van deze rabbi komt, ‘s nachts deze rabbi komt opzoeken. De naam van deze rabbi luidt Jezus, en de naam van de man die hem opkomt zoeken is Nicodemus. Sommige gesprekken ontstaan ’s nachts. Dit is er één van. Een gesprek over wat wijsheid is. Eén ding wordt meteen duidelijk. Om wijs te zijn zal er iets moeten gebeuren. Het is nodig opnieuw geboren te worden, volgens de rabbi, bij wie Nicodemus om raad komt. 

Want als dat niet gebeurt, telkens weer opnieuw geboren worden, zul je altijd slechts vanuit je eigen perspectief het leven kunnen zien, en nooit uit het perspectief van al die anderen, die er ook nog zijn. Met hun ervaringen, of met de ervaring van die ene ander die dichtbij je staat, omdat je ermee in gesprek bent. Je komt er niet als je altijd bij jezelf blijft, op de plaats waar je bent. Het is nodig om telkens opnieuw geboren te worden. Om opnieuw te kijken, opnieuw te luisteren. Om als nieuw weer te gaan spreken. 

Volgens de lofzang op wijsheid die in het Bijbelboek Spreuken wordt bezongen, is wijsheid een vrouw. Nadrukkelijk wordt wijsheid vrouwelijk genoemd wordt. En zij is het die hier aan het woord is. Wijsheid iets, zegt ze, waar je veel plezier van hebt. Zij is de gids die je helpt als je een gesprek voert. Zodat je weet hoe je je duidelijk en helder kunt uitdrukken, zodat je begrepen wordt, zodat wat je zegt te volgen is, dat je begrepen wordt. Wijsheid is volstrekt onmisbaar voor iedereen die in een bestuur zit of in de regering, zegt ze. Niet te vergeten de materiële voordelen die wijsheid je kan opleveren. Dat ongeveer is de boodschap. Wijsheid wordt gezien als instrument, als handig gereedschap, waar je eigenlijk niet zonder kunt. Onmisbaar wanneer je niet wilt falen. 
Maar dan, waar Jannie begon met lezen, slaat vrouwe wijsheid een heel andere toon aan. In een heel ander register wordt het cruciale belang van wijsheid beschreven in de orde van de dingen, zoals wij die kennen, en van de samenhang van alles met alles. Want wijsheid, zij was er namelijk al vanaf het allereerste begin bij. Zij is de lieveling bij uitstek van de Schepper, toen die met zijn scheppingswerk begon. Dankzij haar kwam dat alles tot stand. 
‘Ik was erbij   
toen Hij de hemel zijn plaats gaf   
en een cirkel trok om het water, het aangezicht van de diepte.   
Ik was erbij    
toen hij de wolken plaatste aan de hemelkoepel,    
de oceanen bruisend op liet wellen,  
aan de zeeën grenzen stelde, 
Ik was erbij      
toen hij het water met zijn woord zijn plaats gaf     
en de fundamenten van de aarde hun sterkte gaf.’

De context van deze zinnen moet je weten. Zoals wij een grens ontdekken van de zee als we naar de horizon kijken, maar weten dat de horizon ónze grens is, de grens voor wat wij met onze ogen kunnen zien, die voor ons de dingen inzichtelijk maakt, zo is voor wie deze zinnen toen opschreef, de achtergrond ervan de Kanaänitische scheppingsmythe over de zeegod, Yamm geheten. Deze zeegod leert in het Kanaänitische scheppingsverhaal zijn grens kennen onder de invloed van de weergod, die Baäl genoemd wordt. Baäl die de zee onder de duim houdt. 

Zo wijst wijsheid de grens aan van chaos, van geweld en vernietiging. Trekt een cirkel om de zee, de diepte. Wij voelen in onze tijd, ook al zijn wij niet direct slachtoffers, wij voelen in deze tijd ook de pijn, de afschuw van de wereld zoals die is, van de mensen die volstrekt weerloos zijn tegenover het geweld dat over hen uitgestort wordt. Ook al is dat geweld niet hier, op een bepaalde manier worden wij er ook door geraakt, omdat dit zich in onze tijd en onze wereld afspeelt. Ook wij moeten, zo voelt dat, deze vernietiging, dit sterven, de angst in ons leven een plaats geven, terwijl we ook niet goed niet weten welke plaats dat kan zijn. Wij zoeken naar wijsheid die in ons een grens stelt, en rode lijn trekt, een grens stelt aan wat we aan kunnen. Daarom heeft de Schepper zo’n plezier in zijn lieveling, die met vreugde elke dag opnieuw rondgaat om te vinden wie komt luisteren naar haar stem. Zoals Jannie voorlas: ‘Gelukkig de mens die naar mij luistert, dag in dag uit staat bij mijn woning, de wacht houdt bij mijn deur. Wie mij vindt, vindt leven.’ 

Het heeft zin om van wijsheid werk te maken. Wij hebben dat in deze tijd met elkaar nodig. Om opnieuw geboren te worden. Telkens weer - opnieuw geboren te worden.          

Johannes 3, 1 – 8 en Spreuken 8