Terwijl het nog donker is, zo begint het Paasverhaal uit het evangelie van Johannes. Dat zou je even tot je kunnen laten doordringen. Donker. Dat is de situatie. Ja, zo begint het. Het begint niet meteen, niet onmiddellijk met halleluja. Daar kunne wij dus ook de tijd voor nemen om er wat aan te wennen. Donker, schemerig is het, want zo vroeg is het, als Maria van Magdala ziet, als ze ontdekt dat het graf van Jezus leeg is. Hij is er niet. En dan komt er haast in het verhaal. Want ze loopt - snel – terug naar twee leerlingen van Jezus. Als die vervolgens op weg gaan om te kijken bij het graf, loopt de een nog harder dan de ander. Maar inderdaad: het is leeg. Hij had er gelegen, dat kun je zien. Maar waar is hij? Waar is Jezus?
Vervolgens merken we dat Maria daar ook weer is. Ze is verdrietig, ze huilt, er wordt aan haar gevraagd waarom ze huilt en ze zegt: ‘Ik weet het niet, waar is hij nou?’ Als ze zich omdraait ziet ze iemand staan in wie ze aanvankelijk Jezus niet herkent. Later wel, als Jezus haar aanspreekt. Haar naam noemt.
1.
Voor mij is dit verhaal op een bepaalde manier altijd weer nieuw. Op zo’n manier nieuw, dat ik vermoed dat ik dit verhaal niet had kunnen bedenken. Nooit. Ik denk te weten dat ik dit nooit had kunnen verzinnen. Nee, daar zie ik me niet toe instaat. Werkelijk niet. Maar misschien u wel, dat zou kunnen, dat sluit ik niet uit. Misschien zou u dat wel hebben kunnen bedenken? Als ik het niet kan, dan kan u het misschien wel, wie weet? Maar ik dus niet en daarom zijn het voor mij nieuwe werelden die zich openen in het verhaal van Jezus. Dat is een kenmerk van dit verhaal. Voor mij betekent dit dat ik niet moet denken dat, als ik geen mogelijkheden meer zie, dat dit ook betekent dat er geen mogelijkheden meer zijn. Als ik dat niet meer kan bedenken, dan wil dat niet zeggen, dat het er niet meer kan zijn, zo’n mogelijke mogelijkheid. Nu zie ik het nog niet, maar misschien, zegt dit verhaal van Jezus, misschien in de toekomst krijg ik daar wel oog voor. Als ik me omdraai, zoals Maria deed en toen Jezus zag en hoorde. Weliswaar in eerste instantie niet, maar later wel. Als ik anders ga kijken, zie ik het misschien ook wel. Misschien aanvankelijk niet, maar later wel. Alsof dit verhaal daarom gaandeweg iets met ons aan het doen is. Het kan niet, dacht ik, maar wat later denk ik: je weet maar niet. Het is vreemd, het doet iets met ons, dit verhaal verandert ons. Dit verhaal over Jezus verschaft opheldering over hoe wij leven in deze tijd, in onze tijd. Dit verhaal dat de wereld voor ons opent.
Dat is een idee dat ruimte geeft. Vrije ruimte. Gelukkig is er meer ruimte dan ik nu kan bedenken. Je kunt ook zeggen: gelukkig is er meer geloof mogelijk, dan ik nu bezit. Wat fijn is het, om dat te weten. Op dit feest van Pasen, dat ons deel laat hebben aan het meest bijzondere van het leven van Jezus.
2.
Misschien heb ik u mee kunnen krijgen, maar het kan ook best zo zijn dat u denkt: ‘Ja, hallo, maar we lezen dit verhaal toch ieder jaar met Pasen? Dit verhaal kennen we al.’ Als u dat denkt, ja, dan heeft u daar natuurlijk helemaal gelijk in. Elk jaar ongeveer rond deze tijd is het Pasen. U en ik, wij hebben dat al veel, al veel vaker meegemaakt. Maar ook dat betekent iets. Want dit, deze kerkdienst en dit Paasfeest is telkens weer een onderbreking van ons drukke bezig zijn in de tijd. In de tijd, die een soort opeenvolging is van momenten die telkens weer voorbijgaan, alsmaar voorbij. Maar de tijd die vluchtig is, wordt met Pasen opgeheven. Omdat dit steeds weer terugkomt, Pasen is iets dat bij ons blijft. Ook volgend jaar, dat is bemoedigend, is het er weer. Dit verhaal, dat we dus al kennen (nou, ja, ik dus niet, maar u wel), ook al kennen we het al – maar toch staan we erbij stil. Telkens weer wordt ons persoonlijke leven, met alles wat we doen, erdoor tot staan gebracht. We krijgen door dit feest van Pasen deel aan deze stilstand. Het verbindt ons met generaties hiervoor, die ook al zo feestvierden, het verbindt ons met de hemel en aan elkaar. Een stilstand die bedoeld is om weer verder te kunnen gaan, maar dan wel anders verder. In een ongekende verandering, die we soms nog niet beseffen. Deze onderbreking van ons gewone leven, van dat vluchtige leven in de tijd.
3.
Het Paasfeest, en in het bijzonder dit verhaal over Jezus, kun je je proberen voor te stellen als een gebouw. Als een huis in de tijd, waarin we kunnen schuilen. In dat huis kun je nieuwe inspiratie opdoen, daar is dat gebouw voor opgericht. Je kunt er nieuwe kracht opdoen. Daar is het voor bedoeld. Misschien ga je er niet uit jezelf naar binnen. Dat durf je misschien niet, of, wat moet je er, zou je kunnen denken?
Maar ik hoef er niet naar binnen te gaan, omdat het bij ons, naar ons toekomt in de tijd. Het komt ons tegemoet in deze tijd en in het bijzonder vandaag. Zoals Happy Tune zo meteen zal zingen: het is de engel die de steen opzij rolt. Dat zijn we niet zelf. Voor ons wordt er een opening gemaakt. Een uitnodiging om naar binnen te gaan. Om er aangesproken te worden, aangeraakt. ‘Maria!’ Of zoals Maria later tegen de andere leerlingen zal zeggen: ‘Ik heb de Heer gezien.’
Pasen herinnert ons er telkens weer aan dat mensen, al zijn wij sterfelijk, niet geboren zijn om te sterven, maar om een nieuw begin te maken.
Johannes 20, 1 – 20
Een nieuw begin
20 April 2025 - Preek - Hervormde Gemeente Oost
