Niet stabiel

30 November 2025 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Een ondergang van alles wat er is. Het evangelie van Matteüs, en ook dat van Marcus en van Lucas hebben alle drie een toespraak van Jezus opgetekend waarin Jezus de ondergang van alles lijkt aan te kondigen. Jezus spreekt van de belegering van Jeruzalem en gruwelijke verwoesting van de stad. In het bijzonder het lot van de tempel heeft aandacht. Er is groot ontzag voor de gebouwen van de tempel,  maar, zegt Jezus ‘er zal geen steen op de ander blijven, alles zal afgebroken worden.’ Jezus wijst op het gevaar voor de bewoners, het is een rampzalige tijd voor een vrouw op de vlucht die zwanger is of borstvoeding geeft. Inwoners voelen de sterke noodzaak zich in veiligheid te brengen. En nog verder gaat het - de toespraak van Jezus mondt uit in de aankondiging van een drama van kosmische afmetingen. 
‘Meteen na die tijd van verdrukking zal de zon verduisterd worden, zal de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen.’ (24, 29) Hier wordt beeldend verwoord dat het hier over de tijd gaat waarin alle houvast verloren raakt. Als alles begint te wankelen, alles wat je wist, waarop je vertrouwde, waaruit je leefde zijn betekenis begint te verliezen. 
Over de vraag wanneer dit alles plaats zal vinden, wanneer je hiermee te maken krijgt, met het ten onder gaan van Jeruzalem, van hemel en aarde, over de vraag wanneer zijn de meningen verdeeld in het evangelie. Aan de ene kant komen we het ondubbelzinnige tegen dat niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanreken, ook de hemelse engelen niet, ook de Zoon niet, alleen de Vader weet het. Aan de andere kant worden Jezus’ toehoorders opgeroepen om waakzaam te zijn, om te letten op wat zich al aankondigt. Zoals de vijgenboom die de zomer aankondigt. Wat?  Een vijgenboom in knop? De zomer?  
Ja, want hoe bedreigend dit allemaal ook lijkt, Jezus stelt het voor als goed nieuws:
‘Leer van de vijgenboom deze les: als zijn twijgen zacht worden en zijn bladeren zich ontvouwen, dan weten jullie dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat de Mensenzoon in aantocht is en heel dichtbij.’(vs 32-33)
‘Want hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden verdwijnen nooit.’ (35)
Hoe is dat nu mogelijk? Hoe kan het dat die grote chaos met al zijn dreiging tegelijkertijd een teken van verlossing kan zijn? 

Niets staat voor altijd vast, niets is stabiel, horen we Jezus eigenlijk zeggen. Niets, behalve, behalve mijn woorden. Misschien frons je nu inwendig met je wenkbrauwen, want stenen bijvoorbeeld, die zijn toch veel steviger dan woorden? Een huis? Als die worden neergehaald, wat helpen dan woorden? Nou, juist niet. Stenen zijn niet stabieler dan woorden. Het is een gedachte die al eerder voorbijkwam in het evangelie van Matteüs. In het gedeelte van dat de Bergrede genoemd wordt zegt Jezus tegen de omstanders die naar hem komen luisteren: ‘Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang hemel en aarde bestaan blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.’ Terwijl we denken: woorden, wat heb je nu aan woorden – luisteren we ook in onze tijd naar de woorden van de Bijbel. De woorden die nog steeds doorgegeven worden, niet alleen in de kerk, overal komen altijd, maar in het bijzonder in deze tijd, zomaar voorbij. 
 
‘Wanneer je dat alles ziet, moet je weten dat de Mensenzoon in aantocht is.’ Alles. Wij hebben met elkaar ook lang gedacht dat alles min of meer stabiel was. Dat de orde zoals wij die kenden altijd zal blijven bestaan. Omdat die wel in orde was. Alles was wel zo’n beetje klaar, werd gedacht. Er was in die tijd zelfs iemand die schreef dat de geschiedenis ten einde was gekomen. Veertig jaar geleden werd een Amerikaanse schrijver bekend met zijn boek over het einde van de geschiedenis. Francis Fukuyama, heet hij. Grote en indrukwekkende drama’s zouden we alleen nog uit het verleden kennen. We hoefden de boel alleen nog maar een beetje op orde te houden. Alsof alle wildernis tot park was geworden. Een beetje wieden, wat onderhoud hier en daar, af en toe een nieuwe boom planten als er een oude dood ging, meer zouden we voortaan niet meer hoeven te doen. Alles zou toch langzamerhand alsmaar beter worden? Maar dat idee is veranderd. Want in onze roerige tijd staat vooral het gevoel dat alles op losse schroeven is komen te staan, weer op de voorgrond. 

Hemel en aarde zullen verdwijnen, zegt Jezus, maar mijn woorden zullen niet verdwijnen. Al eerder in het evangelie staat een in dit verband opvallende boodschap. Aan het einde van de Bergrede zegt Jezus: ‘Wie deze woorden van mijn hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden op een wijs mens, die zijn huis bouwde op een rots. Toen de regen neerstroomde en de beken buiten hun overs traden, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots.’ (7, 24 – 25) 
Opnieuw zijn het woorden die vergeleken worden met een fundering, die tegen een stootje kan, een fundering als een rots. Je kunt je richten op deze woorden. Zelfs zijn kruisdood of de vernietiging van Jeruzalem maakt geen einde aan de hoop op God die zal helpen, en die we in Christus aan het werk zien. 

Want heel gezellig wordt het niet, dat hoorde u al. Mensen die zomaar weggehaald worden, van het land, terwijl andere achterblijven of meegenomen worden van bij de molen. Maar let goed op, zegt Jezus. Leef niet zo alsof er geen toekomst is. Laat je niet verlammen door een onderstroom van angst die je kunt voelen. Durf te kijken met de ogen van de hoop, te luisteren met de oren van het verlangen, van de oplettendheid, de waakzaamheid, zoals Jezus zegt. Dan zal, blijken dat wat zich in chaos aandient, als we daar nou eens niet onnodig bang voor zouden zijn, dat in die chaos de aankondiging zich verbergt van de komst van de Mensenzoon, wat ik voor u vertaal met dat ín de chaos een groot verlangen naar menselijkheid ontstaat, dat verlangen zal ook komen. Want God laat zich niet tegenhouden, ook niet door wat wij denken dat de wetten zijn van de geschiedenis. God die zich ook niet laat tegenhouden door degenen die met macht en middelen hun positie denken te kunnen veilig te stellen.   

Er komt een andere tijd aan, schrijft de profeet Jesaja. Misschien zien we dat nog niet  Misschien heb je er wel altijd al stiekem op gehoopt, of had je er niet eens op durven hopen. Alle volken zullen optrekken naar het huis van de Eeuwige in Jeruzalem. En dan niet, zoals we gewend zijn, om daar oorlog te voeren en te veroveren, om de boel naar hun hand te zetten, maar omdat er daar rechtgesproken zal worden, daar vrede geleerd wordt van God. Ze zullen geen zwaarden meer gebruiken en ander oorlogstuig dat leid tot hongernood en dood, maar ploegscharen en landbouwwerktuigen, die helpen bij een overvloedige oogst, die niet voor dood, maar voor leven zorgen. 

Als u dit moeilijk voor te stellen vindt, bent u niet de enige. Maar wat denkt u? Zouden de mensen die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog op Terschelling woonden en getuige waren van de bouw van al die betonnen bunkers in de duinen, mensen die bij die werkzaamheden daarvoor ook werden ingezet, dat die mensen ooit gedacht hebben dat vijfentachtig jaar later duizenden mensen naar de Tigerstelling zouden komen om er het bezoekerscentrum te bezoeken? In vrede! Om te leren over wat er gebeurd is.  
Misschien hebt u zelf in uw leven ook weleens iets goeds meegemaakt, dat volstrekt onverwacht was. Als dat zo is, herinnert u zich dat nog wel. 
Iets dat moeilijk is voor te stellen betekent dus nog niet, dat het niet kan plaatsvinden. Op een manier die we zelf niet hadden kunnen denken. 

Jesaja 2, 1 – 5 en Matteüs 24, 32 – 44