Ongeschapen licht

16 March 2025 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Drie vrienden, drie van zijn leerlingen zijn met Jezus meegegaan de berg op. Volgens het evangelie van Lucas is Jezus de berg opgegaan om er te bidden. Ach bidden, zou je kunnen denken, maar het is niet zomaar dat Lucas dit vermeldt. Veel meer namelijk dan in de andere drie evangeliën uit de Bijbel is voor het evangelie van Lucas bidden echt belangrijk. Kijk maar eens in een concordantie, je weet wel, dat is een boek waarin je je alle woorden uit de Bijbel tegenkomt op alfabetische volgorde met de plaatsen erbij waarop je die woorden in de Bijbel kunt vinden. Als je kijkt bij het trefwoord bidden, zie je onmiddellijk dat dit woord in het evangelie van Lucas vaker gebruikt wordt dan in de andere evangeliën. Lucas heeft het vaker over Jezus die aan het bidden is of het bidden zoekt dan andere evangeliën. Want dat valt op: Jezus gaat niet zomaar bidden. Hij zoekt eerst een geschikte plaats op. Jezus gaat de berg op om te bidden, je zou kunnen zeggen, Jezus zoekt op de berg zijn spirituele bronnen. Zoals u zelf ook weleens een rustige plaats probeert op te zoeken om los te komen van alles wat je telkens weer lastigvalt of bezighoudt. Vaak weet je wel wat je kan helpen hierbij. Het kan, dat is het punt, niet altijd helemaal uit jezelf komen. Het kan best zijn dat het helpt om ergens naar toe te gaan, naar buiten of juist naar binnen. Voor Jezus is het de berg, die hij opgaat, terwijl hij maar een paar van zijn vrienden meeneemt. 
Zoals we zullen zien is Jezus zoekend aan het bidden, met zijn hele wezen. Terwíjl Jezus zo aan het bidden is, schrijft Lucas, begint er iets te veranderen. Het is de aanblik van zijn gezicht dat verandert. Ook zijn kleren maken een metamorfose door, want die worden stralend wit. Het evangelie van Lucas beziet deze gedaanteverandering van Jezus dus vanuit het perspectief van wat Jezus aan het doen is, aan het bidden. Terwijl Jezus aan het bidden is, wordt hij aangeraakt door de Eeuwige. 
Zijn drie leerlingen ondertussen, de enkele leerlingen van Jezus die met hem mee de berg op zijn gegaan, zijn inmiddels ook wat je noemt in een totaal andere staat van zijn beland. Ze zijn gaan slapen. 

Waarom zou je een speciale plaats opzoeken om te bidden? Waarom zoek je iets op om tot jezelf te komen? Het kan ermee te maken hebben dat je iets verwacht, waarop je je wilt voorbereiden. Misschien maak je je zorgen. Let op: zoiets zou hier ook voor Jezus kunnen gelden. Daarom zoekt hij een plaats op om te bidden. Om tot zichzelf te komen, aan te boren dat waaraan hij kracht ontleent. 
Maar als we letten op zijn leerlingen, dan zou het meer te maken kunnen hebben met wat eraan voorafgegaan was. Jezus’ leerlingen zijn door teleurstelling en rouw uitgeputte mensen, die in slaap gevallen zijn. 
Jezus had hen hiernaar gevraagd wat er over hem gezegd werd. ‘Wat zeggen ze over me?’ vroeg hij zijn leerlingen. ‘Wat wordt er over me verteld?’ Zijn leerlingen noemden allerlei namen. Sommige tijdgenoten zagen het verschil niet goed tussen Jezus en Johannes de Doper. Van allebei werd verteld dat ze uit het woestijngebied kwamen. Andere tijdgenoten dachten dat Elia was teruggekomen. ‘Maar jullie dan,’ had Jezus gezegd, ‘wie ben ik volgens jullie?’ Het was toen Petrus geweest die hoopvol het woord had genomen. ‘U bent de Messias die door God gestuurd is.’ Wat waren ze toen geschrokken van Jezus’ reactie! Want hij had gezegd: ‘Vertel dat beslist niet aan iemand anders.’ Jezus had nog meer gezegd. Hij zei: ‘De Mensenzoon zal veel moeten lijden. De leiders van het volk, de priesters en de wetsleraren zullen hem behandelen als een vijand. Hij zal gedood worden. Maar drie dagen later zal hij opstaan uit de dood.’ 
Zoals dat gaat met als je iets hoort of van iets op de hoogte gebracht wordt, wat onthoud je daarvan? Wat ervan blijft hangen? Dat laatste wat Jezus meldde, over die drie dagen, over die opstanding uit de dood, dat kwam niet echt meer binnen bij zijn leerlingen. Zij bleken vooral onthutst te zijn over dat wat eraan vooraf ging. Het lijden, de dood. En van wat Jezus daarna nog meer gezegd had. Jezus had toen gezegd dat je niet altijd alleen maar aan jezelf moet denken. Dat je juist bereid moet zijn om je leven op te geven. Elke dag opnieuw. En bereid moet zijn om met hem mee te gaan. Als je je leven probeert te redden, had hij gezegd, dat zul je het juist voor altijd verliezen. En wat heb je eraan als je de hele wereld in bezit krijgt? Wat heb je daaraan als je je leven verliest? Of als je jezelf daarmee kapot maakt? Neem liever je kruis op en volg mij, had Jezus gezegd. 
Ze waren er stil van geworden, zijn leerlingen. Wat kan dit allemaal betekenen? Toen Jezus drie van hen had meegenomen, de berg op, om er de rust te zoeken en het gebed, hadden ze dat begrepen als dat Jezus het zelf ook even niet meer zag zitten. En zo waren ze in arrenmoede, zo waren ze ten einde raad in slaap gevallen. 

En toen was er iets gebeurd. Toen ze wakker waren geworden bleek Jezus er anders uit te zien. Alsof hij uit de dood was opgestaan, zo leek het wel. In de theologie wordt de verlichting waaraan Jezus hier deel heeft wel omschreven als het ongeschapen licht. Want kijk   je hebt de lichten die wij zelf aansteken, door een vuurtje te branden of het licht aan de te doen. Je hebt het licht van de zon, dat zorgt voor het daglicht en dat van de maan en de sterren, die zelfs in de nacht voor licht kunnen zorgen. Dat allemaal zijn de geschapen lichten, vanaf het begin deel uitmakend van de ons bekende wereld. Maar wat hier Jezus ten deel valt is van een andere orde. Het is een licht vanaf de overkant, van gene zijde, het licht dat wij zelf niet kunnen aansteken, of wat niet onze dag en nacht begeleid. Het ongeschapen licht. 
Je kunt het vergelijken met hoe opgeruimd en opgewekt je je kunt voelen, zeker in vergelijking met meer neerslachtige perioden. Hoe onvergelijkelijk groot het geluk kan zijn, wanneer de ongelukkig tijd voorbij begint te gaan.  
Op dat moment voegen zich bij Jezus dan ook nog twee personen. Een ervan is Mozes, die de bijzondere taak op zich genomen had om een volk uit Egypte te leiden en door de woestijn. Mozes, die ook de berg had beklommen en daar gevast had. Van wie het gezicht zo glansde dat hij zijn gelaat bedekte, omdat het anders niet aan te zien was. Als of je in het licht kijkt, tegen het licht in. Maar Mozes had een volk geleid dat alsmaar weer terug wilde naar Egypte. Elia was de andere persoon, die bij Jezus was. Elia is de profeet die zich bekommerde om een volk dat onafgebroken de voorkeur gaf, niet aan de God van hemel en aarde, die je bevrijdt, je ruimte geeft - maar een volk dat de voorkeur gaf, wat Elia ook zei, de voorkeur gaf aan de Baäls, de goden van het recht van de sterkste, van alleen de voorspoed en de vruchtbaarheid. 
Jezus zocht op de berg zijn spirituele bronnen. En hij vond ze. 

Het zijn de mensen die door eigen menselijk gedrag het gelaat van God verduisteren. En natuurlijk: onze aardse geschiedenis is een mengsel van goed en kwaad. Maar evengoed kun je die geschiedenis zien als ene poging van mensen die het geode willen en daartoe in staat zijn, dat ze het vermogen kennen om lief te hebben – tot het uiterste, zoals Jezus laat zien, als een weg van mensen die proberen God te vertrouwen. 
U bent het, wij zijn het die in onze tijd aan die weg mee kunnen doen. 

Lucas 9, 28 – 36 en Exodus 34, 27 - 35