Radicale Openheid

29 September 2024 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

‘Stel nou eens dat je hand iets slechts doet of je voet, of als je je oog op iets slechts richt, hak je hand af, hak je voet af, ruk je oog uit, want beter met één hand etc. te leven dan met twee handen, voeten, ogen naar de Gehenna te gaan.’ 
Misschien dat deze uitspraken, die ik hier wat ingekort heb, misschien dat deze uitspraken ons de wenkbrauwen doen fronsen, zo’n aansporing uit het evangelie. Toch denk ik dat je er niet vreemd van hoeft op te kijken. Voor zover bekend - in de eerste plaats - is er van geen enkele serieuze christelijke gemeenschap iets bekend waarin deze aansporing ooit letterlijk is genomen. Iedereen begrijpt kennelijk dat we het op een andere manier moeten proberen te begrijpen. 

 

Maar we kwamen ook het woord Gehenna tegen. Ik twijfel of ik u hier iets van zal vertellen, want het is een detail, maar laat ik het toch maar doen. Misschien dat u er iets aan heeft. Want precies op de plaats waar we nu Gehenna lezen stond vroeger in de NBG-bijbel gewoon ‘hel’ geschreven. En de hel, brr, dat was de plaats, als je wat zwaarder op de hand was, waar je maar beter niet te veel aan moest denken, omdat het de plaats van straf na de dood betekende. Niet bepaald iets om naar uit te kijken. 
Gehenna is echter een veel nauwkeuriger aanduiding, omdat dit het woord is wat er gewoon staat in de Griekse grondtekst. Alleen is het natuurlijk niet echt een vertaling. Gehenna is eigenlijk de aanduiding van een plaats, van een ravijn dat zich ten zuiden van de stad Jeruzalem bevindt. Er zit een hele ontwikkeling achter, in het gebruik van dit woord in de Bijbel. In het eerste deel van de Bijbel heet het ‘het dal van de zonen van Hinnom.’ In dat deel van de Bijbel is het idee van een plaats van een eventueel zelfs eeuwige straf niet bekend. Zo’n voorstelling komt in dat deel van de Bijbel niet voor. De onderwereld is daar een neutrale plaats waar iedereen zonder onderscheid na de dood heen gaat. Maar in dat dal van Hinnom werden onder koning Achaz en Mannasse kinderoffers gebracht (2 Koningen 16,3 en 21, 6). Koning Josia liet de plek om die reden verontreinigen, ontwijden om deze gruwelijke praktijk tegen te gaan. In latere tijd onder invloeden van buiten Israël werd het de plaats waar God de zondige wereld met vuur zal reinigen. Nog weer verder in de tijd werd het de plaats van straf na de dood, ook al geloofden toen nog steeds niet alle joodse groepen in een hel, bijvoorbeeld de Sadduceeën niet. 
Het leek me toch van belang u iets te vertellen over de herkomst van het woord Gehenna en de ontwikkeling in de loop der tijd. Hopelijk verheldert het iets voor u. 

Het gaat zoals we eerder zagen, in deze teksten uit het evangelie dus niet om zelfverminking. Het gaat erom dat we weten dat sommige beslissingen die je in je leven moet nemen pijn kunnen doen. Het kan gebeuren dat je bij wijze van spreken net zoals een arts, die soms, omdat het niet anders kan, een lichaamsdeel amputeert om het verdere lichaam en leven te redden, dat jij net zoiets moet doen door in je leven een besluit te nemen, een stap te zetten die als consequentie een groot verlies tot gevolg heeft. Terwijl je toch weet dat het een tijd kan zijn waarop het belangrijk is om niet te schipperen, omdat dáár, in dat geschipper, je zou met het evangelie kunnen zeggen, omdat daar geen toekomst in zit. 

Als je aan een afbeelding van het laatst avondmaal denkt zou je in gedachten uit kunnen komen bij die van Leonardo da Vinci. U ziet het voor u. Slechts Twaalf mannen die met Jezus in het midden aan een lange tafel zitten. Leonardo maakte het voor een in aantal zeer bescheiden gemeenschap van dominicaner monniken in Milaan om de tekens van de eucharistie present te stellen. Het schilderij laat precies deze context zien. Een paar mannen aan tafel en Jezus in hun midden. 

De Australische schilder Margaret Ackland maakte een heel andere afbeelding. Hier zien we een rommelige menigte die zich verdringt rondom de tafel. Jezus zien we hier op de rug. Zijn gezicht kunnen we daarom niet zien. Andere gezichten zien we wel. Het zijn gezichten die allerlei gevoelens laten zien, van een geruste uitdrukking tot het tonen van grote bezorgdheid. We zien mannen zowel als vrouwen en kinderen aan tafel zitten. Dit schilderij opent onze ogen ervoor dat we vrouwen en kinderen maar weinig afgebeeld zien worden op weergaven van het laatste avondmaal. En dat is eigenlijk heel vreemd, want de aanwezigheid van vrouwen en kinderen stemt volkomen overeen met wat we van Jezus weten. Jezus verwelkomde vrouwen als zijn leerlingen. Als je rechts op het schilderij kijkt, zien we dat we worden aangekeken door de ogen van een kind. Van Jezus wordt verhaald dat hij kinderen zegende en een kind zelfs ten voorbeeld stelde aan volwassenen. We zien ook een vrouw die haar kind de borst geeft. Links zien we een vrouw die naar Jezus kijkt met een vragende, uitdagende blik. En helemaal links en rechts aan de zijkant zien we twee figuren die hun tranen laten zien. Het is, kortom, een ruime gemeenschap hier rondom de tafel. Niemand is hier meer dan een ander, niemand wordt buitengesloten, hier gedenken we de overvloedige liefde, de ruimhartige liefde van God voor iedereen.  

In de lezing uit het Bijbelboek Numeri reageren veel mensen op een oproep van Mozes. Mozes is namelijk moe geworden. Aan God had hij toevertrouwd: ‘Ik alléén kan de last van dit hele volk niet dragen, dat is te zwaar voor mij.’ ‘Verdeel de last die draagt dan over meerdere mensen,’ kreeg Mozes als antwoord. Er werden zeventig mensen aangewezen. ‘Ze profeteerden. Zo lieten ze zien dat ze de last van de verantwoordelijkheid van het leiderschap van Mozes mee helpen dragen. Maar toen bleek dat er twee van hen zich niet naar de tent van samenkomst hadden begeven. Zij bleven buiten staan. Was dat een teken dat ze tegen Mozes’ leiderschap zouden willen ingaan? Er waren mensen die daarover zich zorgen begonnen te maken. Ze gingen naar Mozes toe. ‘Laat die twee ophouden!’ Die reageerde verrassend. ‘Ik zou wel willen,’ zei Mozes, ‘dat alle Israëlieten gingen spreken als profeten, dat iedereen mee zou helpen en meebeslissen.’ En zo bleek hier dat Mozes, hun leider, een voorkeur te hebben voor radicale gelijkheid. 

‘Wie niet tegen mij is, is voor mij,’ heeft Jezus aan zijn leerlingen gezegd, toen zij iemand zagen die in Jezus’ naam op eigen houtje mensen hielp. Ook Jezus dus breekt de beslotenheid van de kring van leerlingen radicaal open. Deze radicale openheid, deze ruimhartigheid zien we vandaag terug in het delen van brood en wijn in Jezus’ naam, met elkaar. Met iedereen die hier is komen binnenwaaien. We doen dat in Jezus’ naam. Die gezegd heeft: ‘Wie tegen mij is, is voor mij.’ 

Marcus 9, 38 – 50 en Numeri 11, 24 - 29