Wat is ons stuk hout?

9 June 2024 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Het is misschien maar een klein verschil. Want we maken allemaal dezelfde bewegingen. Vanochtend bijvoorbeeld. Als we uit bed opstaan om aan de dag te beginnen, dan staan we op. Of als we gaan zitten aan een tafel bijvoorbeeld voor het ontbijt. Als je haast hebt, als je misschien de ochtendboot moet halen of moet haasten om om 10 uur hier te zijn, dan blijf je staan en prop je snel wat naar binnen. Wat je ook weer op een bepaalde manier doet, met bepaalde bewegingen. We nemen houdingen aan als we lopen, de manier waarop je fietst - ik weet nog precies hoe mijn moeder fietste, ze deed dat op een opvallende manier. Misschien ben je van plan om nog andere bewegingen te maken: wandelen, of ga je hardlopen of zwemmen? En met Oerol in het bijzonder ben je misschien van plan om te gaan dansen. 
Het is de manier waarop, die ons de individualiteit van elkaar laat zien, de manier waarop je misschien anders dan anderen je bewegingen maakt. De manier waarop jij je bed uitkomt. Hoe je dat doet. Het misschien kleine verschil in vergelijking met hoe iemand anders uit bed probeert op te staan. Het scheelt misschien niet veel, maar bewegingen vertellen veel. Soms kun je iemand zelfs van verre al herkennen aan de manier waarop die loopt.   

Het is misschien maar een klein verschil, maar het perspectief maakt uit. Welke positie neem je in? Van waaruit kijk je naar het geheel? 
Met welk beweging zou Mirjam haar tamboerijn hebben gepakt en erop gespeeld hebben, al dansend, samen met anderen? Mirjam wordt hier profeet genoemd. Hoe stelden de schrijvers van dit verhaal het zich voor, toen ze opschreven dat Mozes zijn staf boven het water van de zee hield? Dat water dat in twee richtingen wegvloeide, zodat de zee droog werd, zoals wij hier twee keer per dag kunnen meemaken met eb in vloed in de Waddenzee. In het verhaal uit Exodus wordt op deze manier mogelijk dat grotendeels weerloze kinderen, vrouwen en mannen het Egyptische leger kunnen ontvluchten, dat hun achtervolgende leger waartegen zij anders kansloos waren geweest?  

Dat er vreugde is als de vijand, degenen die het op jou voorzien hebben, verslagen blijkt, is een universeel gegeven. Dat er gedanst wordt ook. Dansen, dat in onze cultuur een uitdrukking van vreugde is. 

Maar eeuwen later, kun je opvangen dat er ook een ander perspectief is gegroeid. Dat  kun je lezen in de Talmoed, een verzameling Joodse geschriften die geboekstaafd zijn vanaf het jaar 600. Want in de Talmoed wordt gezegd dat mensen dan wel dansen en zingen als de vijand verslagen blijkt, maar dat Gód zich niet verheugt over de dood. Ook niet de dood van iemand die kwaad doet. In de Talmoed kun je dit lezen.

‘Ook de engelen zongen vol vreugde. Maar God gebood hun te zwijgen. God zei tegen de engelen: hoe durven jullie verheugd te zingen, terwijl mijn schepsels, de Egyptenaren sterven?’  (Talmud, Megillah 10b en Sanhedrin 39b) Want ook dat achtervolgende Egyptische bestaat uit mensen.

Dit wijde perspectief kun je ook al terugvinden in de Bijbel. In psalm 87 bijvoorbeeld, waarin de dichter notabene Rahab en Babel tot zijn intimi rekent. Rahab is eigenlijk de naam een zeemonster, maar het is ook het woord waarmee ook Egypte wel wordt aangeduid. Babel is de naam van het ballingsoord, waarnaar grote groepen mensen uit Israël en Juda zijn weggevoerd. Maar van vijandschap is geen sprake in de psalm. ‘Alle mensen zijn hier in Jeruzalem geboren,’ zingt de dichter uitbundig. Ook hier wordt er gedanst en gefeest. Maar het perspectief is wijder. Op de melodie van: ‘Alle waterbronnen ontspringen hieruit.’

Zoals een lied net een beetje anders kan klinken, dan het verhaal uit Exodus, of dan u verwacht misschien - zo bestaat er een chassidisch verhaal over wat er nodig is om de komende wereld te laten komen, de wereld van vrede en voorspoed voor iedereen. Het verhaal zegt dat het er allemaal net zo geregeld zal zijn als bij ons. Zoals onze kamer nu ingericht is, zo zal dat ook in de komende wereld zo zijn, waar ons kind nu slaapt, daar zal het ook in de komende wereld slapen. De kleding die we in deze wereld dragen, zullen we ook in de komende wereld aanhebben. Alles zal net zo zijn als hier, alleen klein een beetje anders. Maar omdat juist dit kleine beetje aanhouden zo lastig is en maathouden zo moeilijk, kunnen mensen dat wat betreft onze wereld maar moeilijk aan. We hebben daarom iets nodig om het zover te laten komen. W zullen ons anders tegenover elkaar moeten gedragen, waardoor we een nieuwe relatie met elkaar kunnen aangaan.    

Misschien herinner je nog uit de lezing uit Exodus – die Loes heeft voorgelezen -  dat toen de mensen die Egypte ontvlucht waren bij water aankwamen, water in de woestijn, dat het water daar bitter blijkt te zijn? Het kan niet, dat water kan onder geen beding gedronken worden. Totdat  God Mozes op een stuk hout wees. Toen Mozes dat in het water gooide, werd het water vanaf dat moment zoet. 

Dus dat is de vraag: wat kan ik, wat kun jij, wat kunnen wij doen, door de dingen een klein beetje anders te doen, om bitter zoet te maken? 
Wat is jouw, wat is mijn stuk hout?    

Exodus 15 : 19 – 22a en Psalm 87
met dank aan Museum Motus Mori, Sander van der Schaaf