Zien

6 July 2025 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Dit deel van het Bijbelboek Jesaja, misschien heeft u iets hiervan meegekregen tijdens de lezing ervan toen het voorgelezen werd, dit boek van de profeet Jesaja geldt als het meest tedere van alle profeten. ‘Ga mijn volk troosten, ga het troosten. Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is. Vertel aan de mensen die er wonen dat ze niet de moed moeten opgeven, dat ze niet langer onderdrukt worden.’ Dat zijn zinnen uit een gedeelte van 16 hoofdstukken hiervoor, maar hier in ons gedeelte wordt dat woord troost opnieuw gebruikt. Troost speelt een hele grote rol op deze pagina’s van Jesaja. Troost betekent dat je verdriet verzacht wordt, maar troost heeft ook met eerherstel te maken. ‘Jeruzalem zal troost brengen, je zult het daar goed hebben. 
Het is niet alleen de boodschap van het Bijbelboek Jesaja die werd bewaard, ongetwijfeld omdat lezers er het woord van God in hebben herkend. Maar het is ook bewaard omdat het sterke poëzie bevat van een grote innigheid. Met woorden, met beelden die indruk maken. Jesaja schrijft: Jeruzalem is een moeder die voor je zorgt, als voor haar kinderen. Aan haar vertroostende moederborst zullen jullie drinken en verzadigd worden, haar volle borsten, die je zullen zogen en verkwikken. Vrede stroomt als een rivier naar haar toe. Rijkdom van overal vandaan zal naar Jeruzalem toegebracht worden. Als een beek, waarvan het water de oevers bevloeit, een beek die buiten haar overs treedt van het water zullen jullie drinken, als een kind word je op de heup gedragen, als een kind word je vertroeteld, gewiegd in haar schoot. De beelden tuimelen over elkaar heen en versterken elkaar.
Het zijn de zachte krachten, die volgens Jesaja, niet aan kracht zullen inboeten. Het zijn de zachte krachten die onvermijdelijk aan invloed winnen. 

Nu is het deze poëzie die nodig kan zijn in benarde tijden. Wanneer je geen verlossing, bevrijding of redding ziet, wanneer je dat nog niet ziet, nog niet kunt zien, dan is het aan de taal om je hart te raken, zodat je toch al iets kunt zien, iets zien van wat misschien nog niet is, maar wat er aan komt. Om de moed niet te verliezen. Maar om dit iets te kunnen zien moet je keuzes maken. Ik zal het u uitleggen. Ons gezichtsvermogen, dat wat we met onze ogen kunnen zien, het gezichtsvermogen van een mens ziet niet meer dan 180 graden. Terwijl een kat bijvoorbeeld een gezichtsvermogen heeft van 280 graden. En een vlieg kan tegelijkertijd zien wat er voor en achter gebeurt, die ogen kunnen tegelijkertijd 360 graden zien. Om meer te kunnen zien zullen wij mensen dus ons hoofd moeten draaien of onze ogen. Wij moeten dus telkens een deel van wat we zien opgeven om een ander deel te kunnen zien. Als ik die kant opkijk, kan ik de andere kant niet meer zien. Dat betekent iets. Ik moet dus keuzes maken om te kunnen zien wat ik wil zien. Welke kant kijk ik op, omdat ik niet alles tegelijk kan zien?  
Is dat soms de reden, tussen haakjes even, is dat de reden waarom wij het idee kunnen hebben dat er in onze wereld met twee maten wordt gemeten? Dat er weggekeken wordt van het één als we het ander willen kunnen zien? Omdat we niet alles tegelijk in één beweging kunnen zien?
  
‘Ik loof U,’ zei Jezus vervuld van de heilige Geest en enorm opgetogen , ‘Ik loof U, Vader, Ene van hemel en aarde, omdat u al deze dingen bekend gemaakt hebt aan heel gewone mensen. Maar voor wijze en o zo verstandige mensen hebt u dit verborgen.’ Jezus richtte zich apart tot de leerlingen en zei hen: ‘Gelukkig de ogen die zien wat júllie zien. Luister naar mijn woorden. Veel profeten en koningen hadden graag gezien en graag gehoord wat jullie nu meemaken. Maar ze kregen het niet te zien en niet te horen.’ De koningen van onze tijd, de machtigen van onze aarde, die met hun stem of met een enkele pennenstreek beslissen over het lot van tallozen en tegenwoordig zelfs willen beslissen over het lot van degenen die hen proberen te helpen of bijstaan.  
 
In onze tijd kennen veel mensen de angst over wat de toekomst gaat brengen. Bezorgdheid over wat beslissingen betekenen die leiders in onze tijd nemen. Welke kant gaan we op? Sommige mensen zijn gestopt met het kijken naar het nieuws, omdat zij de ellende die daar getoond wordt niet meer aankunnen. De mensen die getoond worden in hun zorgelijke omstandigheden kunnen het ongetwijfeld ook niet aan, maar zij hebben niet de keus om weg te kijken. 

Wie ook bang zijn, alleen merken of beseffen we dat vaak niet, omdat ze het weten te verbergen, ook veel zogenaamde wereldleiders staan doodsangsten uit. Voor sommigen is de angst heel concreet: wanneer zij hun ambt verliezen, verliezen zij hun onschendbaarheid en kunnen zij vervolgd worden voor zaken die zij hebben gedaan. Bij anderen is de angst onbestemder. Angst voor verlies van macht en aanzien, van status. Zij keren zich met veel poeha tegen alles wat die macht en dat aanzien, die status lijkt aan te tasten. De soms verbijsterende overkill van wat ze doen of zeggen laat zien hoe onzeker zij zijn. 
‘Ik zag,’ zegt Jezus nadat zijn leerlingen met enthousiaste verhalen zijn teruggekeerd van hun missie om het koninkrijk van God te verspreiden, neem vooral niks mee, had Jezus hen op het hart gedrukt en ze kwam enthousiast terug omdat ze vooral zelf iets hadden geleerd over dat koninkrijk, geleerd door mensen bij te staan, zieken te genezen, dat was de grote oogst die klaarstond waar Jezus het tegen hen over had gehad. In reactie op hun enthousiaste verhalen zegt Jezus: ‘Ik zag satan uit de hemel vallen. Als een lichtflits.’ De dagen van het kwade zijn geteld. Dat waarop wij al niet eens meer durven te hopen, is aanstaande. Het zet de wereld in een heel ander licht. Haar werkelijke licht. Uit de hemel vallen betekent dat hij zijn houvast begint te verliezen, zijn positie begint te wankelen, zijn positie die hij begint kwijt te raken. Zoiets zegt Jezus. 
Maar misschien  zegt u: maar wat zien wij daarvan, dominee? Niets toch?    

Om te begrijpen waar het hierom gaat, moet we nog even terugkeren naar de profeet Jesaja. Want deze profeet wil met zijn woorden iets bij ons bereiken. Bijvoorbeeld met deze zin. Luister maar. ‘Nog voordat ze gezwoegd heeft brengt ze ter wereld, vóór de weeën begonnen zijn.’ Jesaja gebruikt dit als beeldspraak om aan te geven hoe de bevrijding er is met wonderbaarlijke snelheid. Vergelijkbaar met als in onze tijd een vrouw op Terschelling een kind ter wereld brengt, en de bevalling zo snel heeft plaatsgevonden dat zelfs de helikopter te laat is, om haar naar het ziekenhuis aan de vaste wal te brengen. Zó snel heeft de geboorte, de bevrijding plaatsgevonden, nog voordat er gewerkt moest worden door de moeder van het kind om het geboren te laten worden. 
Als we dat vergelijken met de zinnen uit het derde hoofdstuk van het Bijbelboek Genesis, waar er tegen Eva wordt gezegd: ‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last, zwoegen zul je, als je baart’ dan bemerken we een hemelsbreed verschil. En dat is precies het effect wat de profeet Jesaja op het oog heeft. Er is iets uitzonderlijks aan de hand. 
Wie heeft ooit zoiets gehoord? Schrijft de profeet. Wie heeft ooit zoiets gezien? Een land, dat in één dag gebaard wordt? Een volk, dat in één enkele ademhaling geboren wordt?

Wie? Wie heeft dat  gezien? Dat ligt eraan, constateerden we al eerder, dat ligt eraan waar je naar kijkt. Hoe je kijkt, wat je ziet. Eén van de kerkgangers bij de kerkdienst in De Stilen van afgelopen vrijdag vertelde ze had geleerd om te denken: duisternis heeft de hele ruimte nodig om het donker te doen zijn. Terwijl licht slechts een kiertje, maar een klein kiertje nodig heeft om zichtbaar te worden.

Lucas 10, 1 – 24 en Jesaja 66, 7 - 14